March 2012
-
March 27, 2012 – 3:41 pm
Ik onderneem
Om me uit de veren te krijgen, is geen wekker nodig. Daar zorgt Honoré wel voor. Bij het krieken schoffelt hij zich steevast onkruid wiedend een weg door mijn tuin en zijn laatste werkuurtjes. Tot volledig bewustzijn kom ik doordat de buurt dit ook doet. Krakende plankendeurtjes duiden op vroege vogels. Het zijn huisvrouwen die verse eieren wegbrengen of van het vet glimmende donuts ophalen. Exact om zeven passeert de houtskoolman. Zijn repeterend geroep is voor mij het signaal om op te staan. Niet omdat ik zijn roetzwart koopwaar nodig heb. Het is gewoon een bekend signaal voor me. Honoré blijft altijd nog wat kletsen; de voorbije nacht evalueren. ‘Er was weer geen gevaar vannacht,’ stelt hij me dan gerust. En af en toe volgt er iets als: ‘Maar ik heb een schaar nodig om het gras te knippen.’ Dan geef ik hem geld en hij smiest hem naar de markt. Ik zet koffie en lees de krant. Daarna bekijk ik mijn agenda. Want ik moet per slot van rekening een bedrijfje draaiende houden.
Tegen de middag heb ik de agendapunten die me aan mijn bureau kluisteren meestal afgewerkt en maak ik me klaar om de stad in te gaan. Na de houtskoolman is ondertussen ook het avocadomeisje en de jehovagetuige langs geweest. Die laatste gelukkig zonder repeterend geroep. Ik groet de verzamelde pousse-pousse trekkers (sic) bij de hoek van de Rue Voltaire. Zij weten ondertussen dat ik liever wandel dan me te laten trekken en groeten vriendelijk terug. En ville bezoek ik instanties als de bank, de post of een van de overheidsdiensten. Soms heb ik er een afspraak met een partner uit Antananarivo die toevallig ons stadje passeert. Telkens weer valt me dan de clichématige stress van de hoofdstadbewoner op en prijs ik me gelukkig dat ik in deze ietwat overzichtelijkere omgeving ben gevestigd en mag werken. Van avocadomeisjes hebben de grootstedelingen trouwens ook nog nooit gehoord.
-
March 19, 2012 – 3:31 pm
Ik verken
In de onmiddellijke omgeving van mijn hoekje aan de Rue Voltaire vind je eieren bij de kruidenier, zeboevlees bij de slager en roze blouses bij het textielkraam. Er is ook een donker magazijntje waar enkele computers je toegang tot het internet verlenen en je documenten kan printen en zelfs plastificeren. De gevangenis is het grootste complex in mijn buurt. Enkele dagen geleden stond er van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat een enorme camion voor de poort geparkeerd. De ganse dag werd er cassave gelost en gemorst. Het enige dat de negenhonderd gedetineerden te eten krijgen is cassavesoep, liet ik me vertellen. Variaties op dat dieet hopen ze te krijgen van goedwillende familieleden. Anders gaan ze dood.
Rechtover de prison begint een mooie geplaveide straat. Het is de straat van de grote moskee. Hoewel de meeste Malagasy christen zijn, blijven er genoeg moslims over om tenminste twee moskeeën uit te baten in Antsirabe. Die op de kasseiweg is een sjiitische versie. Het is een mooi gebouw. Bij elke straathoek staan pousse-pousses geparkeerd. Deze door mensenkracht getrokken riksja werd hier lang geleden door de Chinezen geïntroduceerd. Met om en bij de vijfduizend van deze felgekleurde vervoersmiddelen mag Antsirabe zich terecht de pousse-pousse hoofdstad van Madagaskar noemen. Aan het eind van de klinkerstraat, tussen enkele lege loodsen, bevindt zich een feestzaal van de kerk. Op zondag is het er een drukte van belang: tientallen pousse-pousses brengen de gelovigen af en aan. Allen op hun paasbest; sommige met roze blouses.
-
March 14, 2012 – 3:30 pm
Ik installeer
Tien jaar zwerven heeft me niet veel spulletjes opgeleverd, geen echte eigendommen bedoel ik. Het gezegde ‘uit zijn tas leven’ kon je bij mij letterlijk nemen. Toen ik enkele dagen geleden in mijn huisje trok, pakte ik voor het eerst in tien jaar die tas uit. Wacht even! Eigenlijk is dit niet helemaal waar. Ergens in de afgelopen tien jaar had ik wel eens een poging gedaan me te settelen. Dat was in Arusha. Daar huurde ik een huisje op de zuidflank van Mount Meru. Ik wilde in Arusha zijn omdat ik er vrienden had. Toen die vrienden vertrokken, maakte ik ook dat ik er weg was. Later rekende ik uit hoe vaak ik daar eigenlijk was geweest, in dat huisje in Arusha. Ik telde twaalf weken in twee jaar. Ik had er nooit echt mijn tas uitgepakt. Benieuwd of ik over twee jaar weer zal moeten rekenen. O ja, Arusha is een stadje in Tanzania.
Nadat ik het door mijn goede vriendin geleende meubilair een voorlopig definitief plaatsje had gegeven, kon het uitpakken beginnen. Tijdens mijn leven als beroepswandelaar had ik systematisch het materieel verlangen uit mijn leven verbannen. Het laatste waar ik aan vasthield waren boeken. Maar enkele forse penalty’s vanwege overgewicht in luchthavens her en der, deden me besluiten dat de hele wereld mijn bibliotheek was en dat boeken meezeulen ook niet echt meer hoefde. Beetje jammer, want nu kon ik enkel een Marquez, een Theroux, een Naipaul en een Pamuk neerzetten op het houten schabje. Gelukkig vond ik onderaan mijn tas ook nog de zeer lijvige Jeruzalem Biografie van Montefiore. Deze zorgde tenminste voor wat volume, daar op dat schabje.
-
March 11, 2012 – 2:38 pm
Ik woon
Ik ben een reisleider die zich, na tien jaar zwerven over het Afrikaanse continent, heeft gevestigd. Ik woon nu in een klein huis in een zanderig zijstraatje van de Rue Voltaire in Antsirabe. De Rue Voltaire heet ook wel Route d’Ambositra, maar ik prefereer de eerste naam. Niet om neokoloniaal te doen, eerder omdat ik het wel cool vind. Gevestigd is een groot woord. Ik houd het dan ook liever op semi nomadisch, of semi sedentair als je dat liever hebt. Met dat semi behoud ik het recht om te blijven bewegen, het onderweg zijn niet compleet te verliezen. En heb ik altijd een plekje om naar terug te keren. O ja, Antsirabe is een stadje in Madagaskar. Of is het ‘op Madagaskar’?
Het is een lieflijk huisje. In Europa zouden we het een bungalow noemen. Hier niet. Hier is het een huis. Alhoewel, in tegenstelling tot de traditionele huizen van de mensen uit de omgeving, heeft mijn huis geen verdiepingen, enkel kamers op het gelijkvloers. Het heeft drie kamers die ingericht kunnen worden als slaapkamer, een smalle keuken, een gangetje met twee deuren: een voor het toilet en een voor de badkamer. De centrale ruimte is het grootst. In Nederland heet zoiets woonkamer, in Vlaanderen noemt men het de living. Ik heb van de living een kantoor gemaakt. Voorlopig althans. Er is ook een terras en een kleine voortuin met garage. Op het terras drink ik ’s ochtends mijn koffie.
-
March 4, 2012 – 10:51 am
De Wandelaar – deel 4 – Gaat Zitten
De wandelaar loopt door de straten van een Afrikaanse hoofdstad. Een lelijke stad. Het Afrika ten zuiden van de grote woestijn kent weinig steden met een hart. Geen geschiedenis, geen cultuur; enkel maar kopiëren wat men elders ziet en vindt. Zonder ziel en zonder hart. Het is er troosteloos en armoedig; plastic en Chinees; arm en gewelddadig; corrupt en stijlloos. De wandelaar loopt en wordt aangeklampt. Een bedelaar vraagt om een cent. Terwijl hij in zijn linker zak zoekt naar wat kleingeld, duwt de schooier zijn hand in de rechter. Hij graait naar het mobieltje. Gevloek met godverdomme. De wandelaar loopt weg. Hij voelt de wereld. Hij is angstig en boos en wandelt verder.
About Frank Janssens
Welcome, I am Frank Janssens, tour operator in Madagascar, tour guide in Africa & the Middle East, copywriter and photographer!
More about meReizen naar Madagaskar
Plan je een reis naar Madagaskar?
Met meer dan 10 jaar ervaring en een sterk onderbouwd netwerk van Antsiranana tot Toliara, ontwerp ik uw droomreis op uw maat!
Meer over reizen naar Madagaskar

