No Entry – Stay Out

November 12, 2010 – 6:09 pm

Dikke blanken met korte broeken, gebleekte petten en zwarte zonnebrillen die via de boordradio van hun ronkende jeeps communiceren in een mengeling van scherp Duits, apart Afrikaans en dialect Engels zijn voor de doorsnee Europeaan niet meteen het voorbeeld van de politiek correcte witneus in Afrika. Menig oud-continentaal krijgt tegenwoordig een beroerte als hij of zij een blanke bierbuik zijn Afrikaanse werknemer een dagdagelijkse opdracht hoort geven. Toch is een groot deel van de hedendaagse blanke bewoners in Namibië vaak erg sociaal en geëmancipeerd. Sterker nog: bleekscheten die reeds enkele generaties ten zuiden van de Steenbokskeerkring leven zijn vaak meer geneigd het op te nemen voor hun donkere medelanders dan voor het gedachtegoed van de voormalige blanke overheersing. Ik mocht dit meemaken toen ik een paar dagen geleden met enkele van hen het streng gereglementeerde Sperrgebiet, Diamond Area N° 1, nabij Lüderitz in Namibië bezocht.

Diamant is een gekristalliseerde vorm van koolstof die ontstaat onder extreme druk en temperatuur. Het kan enkel ontstaan in heel diepe aardlagen. Tektonische manoeuvres hebben ervoor gezorgd dat de steenlagen waarin diamant voorkomt vloeibaar werden en via vulkanische pijpen omhoog werden gestuwd. Deze pijpen worden kimberlite pipes genoemd, naar het Zuid Afrikaanse plaatsje Kimberley waar dit fenomeen voor het eerst werd ontdekt. De diamanten van Namibië zijn echter geen Kimberley stenen; het zijn wandelaars. Miljoenen jaren geleden zijn ze via de oeroude pijpen op de heuvels van het hedendaagse Lesotho terechtgekomen en hebben ze samen met de regens de stroom van de Oranje Rivier gevolgd; meer dan duizend kilometer, tot in de Atlantische Oceaan waar ze met de Antarctische stroming verder noordwaarts reisden. Eeuwenoude tsunamis en jarenlange stormen hebben ervoor gezorgd dat de steentjes op het strand van Namibië terechtkwamen. Dit strand is sinds de vondst van de eerste steen in 1908 een verboden gebied. Het Sperrgebiet! En daar gaan we naartoe.

Zacharias Lewala, een spoorwegarbeider, was aan de ijzeren weg aan het timmeren in de buurt van Kolmanskop toen zijn oog plots op een glinsterende steen in het zand viel. Hij raapte hem op en toonde hem aan zijn voorman, August Stauch. Deze herkende er een ruwe diamant in en postte onmiddellijk een claim op het gebied. Hij wist zijn spoorwegbazen ervan te overtuigen om mee te investeren in de prospectie. Dit gebeurde allemaal in april 1908. In juni van datzelfde jaar stelde Stauch zijn vondsten ten toon. Prompt trok iedereen die maar enigszins kon naar het gebied om er diamanten te gaan zoeken. Het verhaal gaat dat op bepaalde plaatsen diamanten konden geraapt worden in het schijnsel van de maan.

Rotary Club Lüderitz wishes you a safe journey meldt het bekende wiel als we het havenstadje uitrijden. Iets verderop zijn de teksten op de borden langs de weg iets minder vriendelijk: stay on the road – do not enter – huge fines & imprisonment if you enter enzovoort en zo verder. Wij hebben echter een vergunning gekregen van NAMDEB – het Namibische overheidsbedrijf dat de diamantmijnen exploiteert – om de oude diamantvelden en enkele verlaten dorpen in het verboden gebied te bezoeken. We hoeven ons aldus geen zorgen te maken over de dreigementen op de borden en de her en der verspreide olievaten.

De eerste grote partij diamanten werd gevonden in de grindlaag van een droge rivier nabij de heuvel Kolmanskop. Heel snel daarna deed men soortgelijke vondsten in heel de kuststreek rond Lüderitz. In september 1908 verklaarde de Duitse koloniale overheid het gebied verboden terrein (Sperrgebiet) en begon met het uitvaardigen van licenties om er te mijnen.

Iets voorbij Grassplatz, de vindplaats van de eerste steen, draaien we zuidwaarts het Sperrgebiet in. Een beambte checkt onze permits nauwkeurig en laat ons niet veel later met een brede glimlach de witte woestijn in. Tegen 120 km per uur scheuren we over de brede wasbordpiste die in niets verschilt met het terrein er omheen. Onze chauffeur Marius – dikke blanke, korte broek, zwarte zonnebril – begint op een toontje dat niet helemaal bij zijn postuur past te vertellen.

De hele kuststrook van Oranjemund tot Lüderitz, een goeie 200 kilometer, is ondertussen ge-cleared, aldus Marius. Enkel twee bedrijven zijn nog bezig het zand te zeven; ze kunnen er net van leven. Vanwege de lange reis die de diamanten gemaakt hebben – door de rivieren, tussen de rotsen, in de oceaan, terug op het land – zijn de diamanten die men hier vindt klein. Het gebied krijgt ongeveer 30 mm regen per jaar; de mist die vanuit de oceaan komt binnengewaaid zorgt voor een extra 100 mm water. In 2006 was er een uitzonderlijk hevige regenval: Lüderitz stond onder water, meertjes ontstonden in de woestijn. Laag groeiende groene vegetatie is er de stille getuige van.

Tussen 1908 en het begin van de Eerste Wereldoorlog werd er meer dan 5 miljoen karaat aan diamanten gevonden. De oorlog strooide echter roet in het eten en verstoorde de ontginning aanzienlijk. Aan het einde ervan werden de Duitse mijnbouwbedrijven overgenomen door een groot Zuid Afrikaans concern dat hiermee de ontginningsrechten verkreeg tot de onafhankelijkheid van Namibië plus een verlenging tot 2010.

We cruisen nog steeds tegen 120 km per uur over de eindeloze eenzame weg. Een solitaire kokerboom breekt het monotone van de witgele glooiingen. Eenzaamheid, verlaten, leeg, de zee der stilte zijn enkele termen die het geheel kunnen beschrijven. Een optische kabel volgt over ontelbare palen de grindweg. “Deze is voor de bewakingscamera’s en de automatische mijnmachines,” verklaart Marius. “Niemand raakt hier een diamant aan. Met bulldozers wordt het grind en het zand afgegraven. Dit komt dan terecht op een transportband die de aarde naar een pijp leidt waarin lasers de diamanten herkennen. Via hiervoor bestemde gaten floepen de ruwe edelstenen eruit, linéa recta een kluis in. Eens om de zoveel tijd wordt deze brandkast opgehaald door een helikopter die ermee naar Windhoek vliegt. Daar worden de eventuele diamanten voor het eerst door een mensenhand aangeraakt. Een bende paranoïde hufters, die diamantbazen,” besluit Marius. Voor het eerst detecteer ik een afkeurende noot in zijn betoog.

De glorietijd tijdens de eerste helft van de vorige eeuw zorgde voor welvaart in de her en der verspreide boomtowns. Plaatsen als Kolmanskop, Pomona en Bogenfels pronkten met hun volgestouwde slagerijen, bakkerijen en kruidenierszaken. Er waren theaters, gemeenschapshuizen en scholen; meubelmakers en ijsfabrikanten; een ziekenhuis met het eerste röntgenapparaat in de regio; comfortabele woonsten voor het leidinggevend personeel, prachtige villa’s voor de mijnbazen plus een zwembad dat gevuld werd met zeewater dat er door een 35 km lange pijp naartoe werd gepompt.

We stoppen in het spookdorpje Grillental. Marius vertelt dat het vroeger een waterstation was. Vrachtwagens leverden hier drinkwater dat dan per trein verder de woestijn in werd vervoerd. “Als je hier een put slaat om water te zoeken,” legt onze chauffeur uit, “vind je enkel brak water; dat werd echter wel gebruikt bij het mijnproces.” Na Grillental draaien we onze neus naar het westen. De weg kronkelt over een pokdalig maanlandschap. Plots doemt de Atlantische oceaan voor ons op. We stappen uit om te genieten van het uitzicht maar de ijskoude, harde wind die vanuit de zee het land op stormt doet ons al snel van gedachten veranderen.

Compleet afgeschraapte vlaktes duiden op oude mijnactiviteit. We naderen het in 1937 verlaten mijndorpje Pomona. Marius vertelt: “Op bepaalde momenten woonden hier wel duizend mensen waarvan een derde Duits, de rest Afrikaanse loonslaven. In de beginjaren kon men een claim kopen voor zestig Deutschmarks; tegen 1918 liep die prijs op tot maar liefst 6000 DM. De diamanten werden niet gemijnd in de conventionele zin van het woord; de afgeschraapte grond werd met de hand door zeeftrommels gestuurd waarna men de ruwe stenen eruit pikte. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden er zeefmachines geïntroduceerd.

We dwalen door het meer dan zeventig jaar geleden verlaten Pomona. We bezoeken de bowlingbaan, het schooltje, het huis van de mijnbaas, het badhuis en het huis voor de alleenstaande mannen. Ik vraag Marius om me de huizen voor de zwarte werknemers te tonen. “Werknemers? Slaven zal je bedoelen!,” hij klinkt nu erg boos. “Kom mee,” blaft hij. We rijden enkele kilometer verderop en zien een karkas van aan elkaar gemetste betonnen cellen in het zand liggen; elke kooi iets groter dan een doodskist. “Dit geraamte stond vroeger in een hut,” verduidelijkt Marius met een stem die nu wel bij zijn postuur past. “Hier sliepen de Afrikanen. Terwijl de Duitse families grote sier hielden in hun luxueuze dorpen mochten hier hun slaven wegrotten. Ze werden behandeld als beesten. Ze kregen één warme maaltijd per week: pap met suiker. Voor de rest moesten ze het stellen met rauwe maïs en water.”

Marius heeft duidelijk geen hoge dunk van de blanke diamantbazen van weleer. En als we terugrijden blijkt dat hij ook over het huidige NAMDEB management geen blad voor de mond neemt.. “Zoals ik eerder al zei,” zegt hij, “het is een bende paranoïde hufters. Als ze niet zo zelfingenomen en wereldvreemd zouden zijn konden we van heel het Sperrgebiet een beschermd park maken. Een park waar hyena’s, jakhalzen, klipspringers, gemsbokken en springbokken vrijelijk kunnen rondstruinen en waar we unieke vegetatie als de gomoor, boesmankaars en levende steentjes kunnen beschermen. Toerisme kan dan een nieuwe bron van inkomsten zijn voor de regio. Maar zolang de dikke mannen met stropdassen daar in Oranjemund de kleinste kans vermoeden dat een toerist wel eens een diamant zou kunnen vinden gaat dit niet door.”

Bronnen: Bradt Travel Guide – Namibia
Zeer binnenkort meer foto’s van het Sperrgebiet op de FF photostream.

5 Reacties

  1. November 12, 2010, 8:59 pm
    Marius du Preez schrijft:

    No Entry-Stay Out,door Frank ben EG een fantastice weergawe dan dit zijn.Dankie Frank,en je fotos ben PRIMA!

  2. November 17, 2010, 8:40 pm
    Marijn schrijft:

    Prachtig verhaal Frank en cool dat je rond hebt kunnen kijken.
    Bizar gebied lijkt mij.
    En weeer, erg gave foto’s, vooral de ‘interieur’ foto’s!
    Grt
    Marijn en Steffie

  3. November 27, 2010, 12:10 pm
    Marino schrijft:

    impressionant , prachtige foto’s en een leerrijk verhaal. Groetjes Marino

  4. February 6, 2011, 6:33 pm
    jasja schrijft:

    Mooi, ik dus denken dat die troep in het natuurpark: Grosse Spitzkuppe Nature reserve werd gevonden maar dankzei u weet ik nu beter. Het natuurpark is een gebied waar men Uranium vindt. En diamanten vind je aan de kust. Dank u, dank u

    Bedankt voor je mooie verhaal, ik gebruik de kennis voor in mijn blog: Sneeuw in namibie

    groet

    jasja

  5. May 29, 2011, 11:11 am
    Anita schrijft:

    Goed verhaal, dat zeker overeenkomt met de werkelijkheid. Zeker nu ik het zelf in levende lijve (Namibie reis – 30 april – Sawadee) heb mogen zien.
    Wat een indrukwekkend gebied.

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*