Uganda Notes – 5 – The Karamoja Promise

July 4, 2010 – 12:48 pm

Mijn batterijen zijn opgeladen; de grote flappen uit mijn portefeuille gewisseld in kleingeld. Beltegoed staat op mijn telefoon; Nescafé en sardines zitten in mijn tas: I am ready for the bush! Ik zou graag beginnen met zoiets als ‘het busstation van Mbale gonst van de typisch Afrikaanse bedrijvigheid’, maar dan zou ik liegen. In mijn opschrijfboekje noteer ik: de drukte die ik verwachtte valt nogal mee, drie bussen staan klaar, waaronder die met de welluidende naam The Karamoja Promise. Dat wordt de mijne. “Kampala, Kampala,” roepen de bagagedragers als ze mijn witte neus uit de taxi zien verschijnen. “Moroto, Moroto,” antwoord ik schalks, een glimlach onderdrukkend als ik hun verbaasde gezicht zie.

Moroto, de provinciehoofdplaats van Karamoja, heeft een negatieve bijklank bij de meeste verwesterde Oegandezen. Ze vinden dat de mensen die er wonen achterlijk zijn. “Ze hebben geen kleren, ze lopen naakt rond,” wist de barman van het Mount Elgon Hotel in Mbale. Hetzelfde ondervond ook Philip Briggs, de auteur van de Bradt Travel Guide voor Oeganda, toen hij een hoteleigenaar in Tororo vroeg naar informatie over Moroto: “Do you like to look at naked people?”

De hoofdreden echter waarom Moroto en de hele Karamoja regio door de rest van het land vaak met minachting wordt vernoemd is dat er nog steeds sporadische uitbarstingen van geweld plaatsvinden. De meeste hiervan zijn etnisch van aard en ontstaan door grensoverschrijdende veediefstallen. Naast de vermelding dat het gevaar voor toeristen in het gebied waarschijnlijk niet groot is – zolang je er niet aankomt met een kudde koeien – en dat verdere exploratie afgeraden wordt indien je niet op de hoogte bent van de actuele situatie, krijgt Karamoja verder geen aandacht in de eerder vernoemde reisgids.

Ondertussen begint het toch wat drukker te worden op het busstation van Mbale. Gonzen doet het weliswaar nog niet maar ik mag toch al tevreden genieten van enkele voluptueuze dames met bananen op het hoofd en een paar opgeschoten tieners die roepend rondstruinen met planken vol zakdoeken, handtassen, tafellakens, zonnebrillen, sokken en kinderschoenen. Een overvol geladen bus met hetzelfde opschrift als de mijne draait het zanderige plein op. Ik vermoed een massale overstap en maak dat ik me een raamplaats verzeker. De zuchtende mama met kind die even later naast me plaats neemt meldt dat hun bus uit Kampala broke down is en dat iedereen op mijn Karamoja Belofte moet om verder naar het noordoosten van het land te geraken.

Het busstation van Mbale gonst nu van de typisch Afrikaanse bedrijvigheid. “Samosa, chapati, mandazi,” klinkt het uit verschillende kelen. Mango’s en hardgekookte eieren passeren het raam. Op de achterkant van een The East African die een krantenjongen tracht te verkopen leer ik over de Dutch Advance. Ik ben echter meer geïnteresseerd in het lokale roddelblad Red Pepper dat hij bij zich heeft. Ondertussen prijs ik me onwaarschijnlijk gelukkig dat ik tijdig de bus opsprong en een plaats innam. The Karamoja Promise loopt nu meer dan eivol. Er wordt geduwd, getrokken en gevloekt. Meer dan dertig passagiers hebben geen zitplaats en comfortabel staan durf ik het ook niet te noemen: ze hangen over de opgestapelde koffers of aan de metalen buis boven het middenpad. Wat voor belofte zou er schuil gaan achter de naam van deze bus, vraag ik me af.

Enkele dagen geleden ondernam ik al een eerste poging om Karamoja in te geraken. Ik kwam met Wim – goede vriend en ex-collega die nu in Kampala het veel geprezen Matoke Tours bestiert – en zijn Landcruiser. Na een kort werkbezoekje aan Sipi – een plaatsje bij de watervallen met dezelfde naam – daalden we de Elgon flanken af tot in het Pian Upe Wild Reservaat. Onze bivak sloegen we op bij het Uganda Wildlife Authority (UWA) basiskamp aldaar. Onder begeleiding van enkele UWA rangers bezochten we twee Karamajong (*) dorpen in de buurt.

In Okudud klaagden de bewoners steen en been: “Op 15 augustus 2008 kwam de officiële mededeling van de administratie in Kampala dat we ons thuisland moesten verlaten. Om het wild te beschermen, zeiden ze. De meeste van onze koeien hebben we moeten achterlaten, en het vee dat we meebrachten is ondertussen door die godverdomse Pokot (**) uit het grensgebied met Kenia gestolen. Ten einde raad en op aandringen van de overheid zijn we met landbouw begonnen. We proberen het met maïs, sorghum, maniok en zonnebloemen, maar we kennen er niets van. De planten die na veel gezwoeg uiteindelijk vruchten voortbrengen worden geplunderd door troepen bavianen. We worden er gek van.” Toen ik dat hoorde vroeg ik me voor het eerst af wat die zogenaamde belofte aan de Karamajong dan wel mocht betekenen!

Toch hoorde ik ook enkele positieve signalen. Vooral toen ik hen vroeg naar de berg die hun nieuw grondgebied domineert: “Dat is Kadam Mountain, die is goed; hij brengt regen en laat onze akkers bloeien. We willen niet dat er daar bomen worden omgehakt, niet door de overheid voor constructiehout, niet door ons om houtskool van te maken. Ook de UWA mensen zijn goed voor ons, ze helpen ons waar ze kunnen. Eerst sliepen we gewoon in het gras, nu in hutten, dankzij hen.” In Lopedot, het volgende Karamajong dorp dat Wim en ik bezochten, klonk een bijna zelfde verhaal: “We zijn hier al heel lang, en nu wil de overheid hier een gevangenisboerderij oprichten. We moeten weg; ze zeggen dat er bij Okudud nog voldoende plaats is. De Pokot kwamen vorig jaar met wel honderd krijgers. Ze gingen er vandoor met maar liefst vijfduizend koeien.”

Ondertussen scheurt The Karamoja Promise met mezelf en nog een tachtigtal andere passagiers over het asfalt van Mbale naar Soroti. Ik denk na over de voorbije dagen in zuid Karamoja en vraag me af wat ik nog allemaal zal horen als ik uiteindelijk in Moroto ben, het hart van het afgelegen tribale gebied!

(*) We bezochten twee dorpen van de Pian subgroep.
(**) Officieel heet deze groep Upe – maar de Pian gebruiken de Kalenjin naam uit Kenia.

Voor meer beeldmateriaal over de Karamajong klik hier!

5 Reacties

  1. July 4, 2010, 1:05 pm
    Momo schrijft:

    Wat weer een heerlijk verhaal. Fijne schrijfstijl heb je en zou zo in willen stappen……great!
    Kijk weer uit naar je volgende update!

    Grtz Momo

  2. July 4, 2010, 2:07 pm
    G. Filipe schrijft:

    I say promise of a better future will be! Something this remote part of the Pearl of Africa which you help bringing to our attention, greatly deserves.

    Keep on with your walking, your writting.

    P.S. Happy that Phillip answer to the provocation with silence…

  3. July 4, 2010, 3:03 pm
    riet schrijft:

    weer adembenemend geschreven

  4. October 29, 2010, 12:45 pm
    annie stubbe schrijft:

    Mooi beeldend verhaal, alleen erg jammer dat je hier ‘reclame’ maakt voor een eng krantje als de Red Pepper, waarin homo’s met naam en adres vermeld worden, waardoor ze gevaar lopen in dit land!

  5. October 29, 2010, 3:51 pm
    FrankFocus schrijft:

    @ Annie: Niet als reclame bedoelt hoor – enkel om aan te duiden dat het NL elftal me niet erg interesseerde – ik noem RP dan ook een roddelkrant – maar je hebt gelijk – het is gewoon een verachtelijk blad – punt.

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*