Enkele weken na mijn tocht doorheen de Okavango moerassen in Botswana heb ik nogmaals het geluk een binnenlandse delta per boot te exploreren. Ditmaal is het de veel minder bezochte Victoria Nijl Delta in het noordwesten van Oeganda. Nadat ze zich uiterst spectaculair van de Murchison watervallen heeft gestort stroomt de Nijl een kleine vijftig kilometer verderop het Albert meer in. Tien kilometer voor de monding verwijdt de rivier zich en wordt een labyrint van papyruskragen en kanaaltjes.
Te midden van dit doolhof nestelt een zeer opmerkelijke en al even zeldzame vogel. Enkele van zijn kenmerken maken dat hij een ietwat bizar en zelfs prehistorisch uiterlijk heeft. Ten eerste is er zijn onwaarschijnlijke grootte: een volwassen vogel kan makkelijk anderhalve meter hoog worden en zes kilogram wegen. Ten tweede – en misschien wel het meest bizarre – is zijn schoenvormige, van een haak voorziene bek. Deze twintig centimeter lange, en bijna even brede snavel is de grootste van alle levende vogels en geeft de vogel een permanent sinistere gelaatsuitdrukking.
De oudste beschrijvingen van deze vreemde vogel komen van Arabische kolonisten in zuid Soedan die hem Abu Markub, Vader van de Schoen, noemden. In 1851 werd hij voor het eerst gespot door een westerse bioloog die de vogel met de naam Koning Walvis-Kop bedacht. Nadat de vogel in eerste instantie als enige soort binnen zijn eigen familie werd geclassificeerd flirtte hij later met de families van de reigers en de ooievaars. Sinds enkele jaren is de knoop echter doorgehakt en heeft hij zijn eigen subfamilie gekregen binnen het geslacht van de pelikanen. Balaeniceps Rex heet de vogel in het Latijn, wat uiteraard op zijn 19de eeuwse naam duidt. Tegenwoordig kent iedereen hem echter als de schoenbekvogel. En laat dit nu net één van de vogels zijn waar ik volgens de introductie op deze website, voortdurend naar op zoek ben.
Het gebied waar we doorheen varen grenst aan het jaren door extreem geweld geplaagde noorden van Oeganda. Twintig jaar lang zwaaiden de rebellen van het Leger van de Heer hier de plak en sporadisch vielen ze ook de kampen en vissersdorpen langsheen de Victoria Nijl bij de Murchison watervallen aan. Het gevaar in deze regio kwam akelig dichtbij toen in november 2005 mijn goede vriend Steve Willis, eigenaar van het in Murchison Falls National Park gevestigde Red Chilli Rest Camp, door de rebellen vermoord werd. Tegenwoordig is het gebied echter permanent veilig en is het geschrapt uit de lijstjes met negatief reisadvies van de Europese ambassades in Kampala.
Omgeven door drijvende eilandjes van waterhyacint en door de hogerop gelegen waterval gevormde schuimvlokken zakken we langzaam de rivier af. We wekken solitaire buffelstieren in hun natte schuilplaatsen. Gewapend met verrekijker en vogelboek vink ik reeds in het eerste kwartier een Afrikaanse zeearend, de met Oegandese kleuren versierde zadelbekooievaar, enkele grote zilverreigers, kastanjebruine lelielopers, langteen- en hoefsmidkieviten, heilige ibissen, purperreigers en naar kleine visjes duikende malachietijsvogeltjes af.
De zandoever lijkt op gatenkaas waarvan de ontelbare holletjes als nestplaats voor de bonte ijsvogels dienen. Er bovenop staan acacia’s die als slaapboom voor een troep bavianen fungeren. Ze verkiezen deze over de rivier hangende bomen omdat de luipaard met watervrees zich hier niet waagt. Iets verderop zien we een worstenboom in stilte kreunen onder het gewicht van zijn alcoholisch fruit. Het is bekend dat olifanten er een black-out van kunnen krijgen; bavianen gebruiken het dan weer om maagklachten mee te behandelen. Viervingerige franjeapen slingeren doorheen het gebladerte.
Een drassig eiland waarop een kudde waterbokken graast komt in zicht. Terwijl we het passeren worden we in de gaten gehouden door tientallen nijlpaardogen die net boven het wateroppervlak uitsteken. Hun flapperende oortjes verraden hun aanwezigheid. Op de zanderige landtongen liggen nijlkrokodillen met open bek te zonnebaden. Het struikgewas erachter is een microwereld in actie: moerasvliegenvangers, zwartkopwevers, muisvogels en lachduiven springen, vliegen of duiken er in ’t rond. Aan de overkant valt me een waterpunt van een nabij gelegen vissersdorpje op. Om de vissersvrouwen te beschermen tegen krokodillen is er een uit drijfhout opgetrokken hek omheen gebouwd.
Grote met papyrusriet begroeide eilanden zorgen ervoor dat de breder wordende Nijl zich begint te splitsen. De echte oever is nu ver weg en is enkel nog te herkennen aan de boven alles uitstekende borassus palmen. We naderen de delta, het thuisland van de schoenbekvogel. Op de achtergrond zien we de bergen van Kongo; deze liggen aan de westkant van het voor ons nog steeds onzichtbare Albert meer. Samen met de gids kruip ik op het observatiedek van onze boot. Met onze verrekijkers speuren we de om ons heen liggende rietmoerassen af. En plots!
Bingo! Ver weg, een lichtpaarse vlek; schoen in de mond. We zien er één, we zien er twee, we zien er drie! Volgens onze gids bevinden ze zich op een voor hen ongewone locatie. Ze zijn dieper het moeras ingetrokken om in alle rust te kunnen broeden, weg van de vissers. Deze beschouwen de schoenbekvogels als concurrentie. Toch ontstaat er bij hen de laatste tijd stilletjes aan een vorm van respect voor de vreemde vogels. Sterker nog: de vissers helpen tegenwoordig met plezier de vogelaars met hun zoektocht naar het unieke dier dat in hun moerassen leeft en zijn er nu best trots op.
Ik ben tevreden. De vogel die ik als kind leerde kennen als Aboe Markoeb in de boeken van Nero – waarin hij een formule inslikt van een gas dat in zesendertig seconden een werelddeel kan vernietigen en deze overal rondbazuint – heb ik eindelijk in levende lijve en in zijn natuurlijke habitat mogen aanschouwen. Hij bevond zich weliswaar te ver van me af om hem met mijn 200mm lens te vereeuwigen maar met mijn verrekijker mocht ik er toch een half uurtje van genieten. De foto’s bij dit stukje heb ik later genomen tijdens een boottocht in de Mabamba Swamp in het Victoria meer, waar ik voor een tweede keer het voorrecht genoot een zoektocht naar deze vreemde vogel te ondernemen. En wederom met succes!
Meer info over de schoenbekvogel hier!







8 Reacties
De natuur lijkt nog mooier door deze manier van haar te beschrijven. Ik ook ben tevreden. Zo tevreden dat ik enorm zin krijg om dit land te verkennen.
Karibu Uganda Guida.
De Witte – my old time favourite travel partner and birdwatcher – die me enkele jaren geleden attendeerde op deze vreemde vogel, is ook content dat ik hem gespot heb. Maakt me blij zoiets!
Waaauw … knap beest … heeft zoiets ‘fairy-tale’ ongenaakbaars over zich … zie hem al figureren in de ‘Lord of the Rings’ …
Tja, en anderen zoeken langs de oevers van de Kleine Nete … met wat geluk spotten we nog net een ijsvogeltje
hahaha, het blijft een lelijk ding die schoenbek! Leuk stukje trouwens.
machtige foto’s
De vogel?:Rare eend in de bijt!
veel bedankt
Ik ken de vogel onder de naam Schoenbekooievaar. Ik heb hem in dezelfde delta gespot op 24 februari 2007, op aanwijzing van onze locale gids. Het lukte mij niet om er zo’n goede foto van te maken. Ik moet het doen met de herinnering.