Timkat in Gondar – Ethiopië

January 30, 2009 – 5:59 pm

Mijn gasten en ik kozen op 18 januari jongstleden Medane Alem uit als onze tijdelijke parochiekerk. De reden hiervoor was de aanloop naar de ceremonie die Timkat heet. Op de heuvels rond Gondar bevinden zich zeven kerken. Je kan ze niet echt parochiekerken noemen maar toch associeert elke gelovige uit de regio zich met één van hen. Net als een katholieke parochiaan, zeg maar. Eerder berichtte ik in deze kolommen reeds uitgebreid over de vieringen van respectievelijk de Heilige Maagd in Axum en Kerst in Lalibela. Vandaag zal ik proberen de sfeer van het belangrijkste Ethiopische Orthodoxe festival, Timkat – waarbij het doopsel van Jezus wordt herdacht en waarvan de meest spectaculaire viering in Gondar is – te schetsen in een bescheiden verslag.

In de met tricolore vlaggen en wimpels versierde tuin van de Medane Alem kerk in Gondar is het druk. Onder het schaduwrijke gebladerte van de eeuwenoude vijgenbomen verzamelen de jeugdverenigingen uit de wijk omheen de kerk zich. De leden klappen in de handen, enkele van hen oefenen koperen tonen op gedeukte trompetten. Een lachende tamboer geeft de cadans aan op een ceremoniële trommel. De jongelui van de zondagsschool hebben een dansje ingestudeerd. Een deugniet trekt te pas en te onpas aan het touw van de kerkklok die hoog in één van de bomen hangt. Boven dit alles uit weerklinkt het gezang van een diaken die versterking krijgt van een slecht afgestelde megafoon. De menigte zingt mee. Het is feest. De bedoeling van deze luidruchtige samenkomst bij de Medane Alem kerk is zich te verzamelen in een stoet om zoals elk jaar op de vooravond van Timkat, de replica van de Ark des Verbond die zich in het heilige der heilige van de kerk bevindt, processiegewijs tot op de gewijde grond waar het Timkat feest zal plaatsvinden, te brengen.

Eenzelfde kleurrijk spektakel geleid door zenuwachtige kerkoversten speelt zich af in de hoven bij de andere kerken op de heuvels rond Gondar. Sterker nog, op datzelfde moment krijgen processies vorm bij elke kerk van de Orthodoxe traditie die Ethiopië rijk is. Overal zullen devote priesters de tabot (zoals de replica van de Ark genoemd wordt) uit de meest sacrale plaats van het godshuis tevoorschijn halen en deze, beschermd door dikke doeken en ceremoniële paraplu’s, op hun hoofd meetronen naar een dichtbij gelegen waterpoel. Deze vijvers of baden die de Jordaan symboliseren zullen tijdens de daaropvolgende dienst gezegend worden door bisschoppen of andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Vooral in Gondar is de apotheose spectaculair. De voltallige dorpsjeugd stort zich in het water en maakt de omstanders nat. Voor de gelovigen is een vernieuwing van hun doopsel hierbij een feit.

Vijf van de zeven processies vloeien samen op het Meskelplein naast de zeventiende-eeuwse kastelenvesting van koning Fasilades en zijn opvolgers. Ze zullen er enkele ererondes draaien waarna ze via de piazza voor het in Italiaansfascistische Art Deco stijl opgetrokken telecommunicatiegebouw zuidwaarts keren in de richting van Fasilades’ buitenkasteel met bijbehorend eeuwenoude zwembad. Wij mengen ons tussen de massa van de nu erg aangezwollen bonte stoet. Priesters met zilveren kruisen en diakens met beschermende paraplu’s duiden aan waar de verzameling tabots zich bevindt. Jongelui uiten hun feestvreugde door wandelstokken vervaarlijk door de lucht te zwaaien terwijl ze strijdkreten slaken. Een hoog vrouwengegil stijgt uit de menigte op als de naam van de verlosser herkend wordt in één van de liederen of preken die non-stop uit de luidsprekers galmen. Ik klim op een hoger gelegen balkon om de processie te overzien. Letterlijk duizenden dansende en zingende mensen begeleiden de meest sacrale relieken uit hun levensovertuiging. De kantelen van de middeleeuwse burchten vormen de fond van het decor, het geel en aquamarijn van Mussolini’s achtergelaten bouwstijl lijnt de straten af.

We dalen mee af in de richting van het festivalterrein. Via sluipweggetjes die ons door de sloppenwijken loodsen kunnen we ons telkens weer positioneren voor de kop van de stoet. Maar het duurt niet lang of de massa slokt ons op. Jeugdgroepen draaien kraaiend van plezier om ons heen terwijl de verzamelde vrouwengilde een staaltje van hun typische schouderdansen ten beste geeft. De balkons, terrassen, daken en vensterbanken van de huizen langs het processieparcours staan vol meezingende kijklustigen. “Het is een drukkere Timkat dan normaal”, meldt mijn vriend Abeba me, “vanwege een conflict tussen de moslims en de christenen in de regio willen deze laatsten hun standpunt en geloof extra benadrukken door massaal aanwezig te zijn en extra hard te zingen.” Langzaam schuifelt de stoet het paradeplein voor koning Fasilades’ badhuis op. De zeven tabots zullen in het zeventiende-eeuwse buitenhuis gezet worden terwijl priesters en diakens een wake houden en chanten tot het ochtendgloren.

De volgende ochtend zijn we al vroeg van de partij. Om half vijf wurmen we ons door het nauwe poortje van de middeleeuwse vesting om een plaatsje te bemachtigen op een krakkemikkig staketsel dat als tribune voor de toeschouwers moet dienen. Naar het eeuwenoude bad werd een maand geleden vanaf een verderop gelegen bergriviertje een kanaaltje gegraven opdat het voor één dag symbool kan staan voor de Jordaan waar tweeduizend jaar geleden Jezus werd gedoopt door Johannes. Ook hier overheerst het roodgroengeel van de Ethiopische vlag. Wimpels en vlaggen zijn over de balkons van het kasteeltje gedrapeerd. Lampionnetjes die de bomen verbinden geven het geheel de sfeer van Kerstmis. De pelgrims en lokale gelovigen zijn zonder uitzondering uitgedost in maagdelijk witte gewaden. De priesters en diakens die reeds de hele nacht gewaakt hebben bij de sacrale relikwieën gaan onvermoeid door met hun mystieke gezang. Ze staan omheen het bad, leunend op hun staf, zingen de gospel en verwelkomen op die manier de duizenden gelovigen en toeschouwers.

De gezongen mis gaat crescendo. Duizenden gelovigen antwoorden gezamenlijk op de gospelzang van de priesters. Het wordt stilaan lichter. Het kasteel, de vlaggen, priesters en pelgrims weerspiegelen in Fasilades’ bad. Ondeugende jeugd kruipt via kronkelende wortels de vijgenbomen in. Na het zingen gaat iedereen zitten. Het verhaal van Timkat wordt verteld. De gelovigen buiten de muur knielen in het gras en buigen zich richting het spektakel. Plots galmen alle hoorns en trompetten en alle aanwezige vrouwen zetten een versneld ‘halleluja’ in. De kerkvorsten verzamelen zich bij het ceremonieplatform. Wierook omsluiert de hoogwaardigheidsbekleders die in met goud afgebiesde gewaden de zegening voorbereiden. Op een platte kandelaar worden kaarsen ontstoken. De wierookslinger gaat sneller heen en weer zodat de realiteit compleet symbolisch wordt. Wat er zich allemaal precies afspeelt naast het bad ontgaat de meesten maar dat het met wijden en zegenen te maken heeft is duidelijk. De wachtende dorpsjeugd langs het zwembad weet echter wel hoever de dienst staat. Op een onuitgesproken teken springt ze collectief het zeventiende-eeuwse bad in. Het stille water wordt plots een bruisende poel. Omstanders steken hun armen uit als teken dat ze willen worden natgemaakt. Iedereen wil tenminste één druppel van het gezegende Jordaan water. Flessen worden gevuld en over de hoofden aan de achterste rijen doorgegeven. Een watergevecht ontstaat maar iedereen is verrukt. De gelovigen van Gondar en omstreken krijgen bij deze een jaarlijkse herziening van het doopsel. Alle zonden zijn vergeven.

Later sta ik met mijn gasten op het balkon van het eerder vermelde telecommunicatiecentrum. Dezelfde jeugdgroepen draaien weer wild zwaaiend met hun stokken, rondjes op het plein. Van de millenniumstoet overgebleven praalwagens rijden de rotonde op. Samen met de dansende kids van de zondagsschool kondigen ze de terugkerende tabots aan. Net als gisteren duiden de tientallen ceremoniële paraplu’s aan waar de sacrale voorwerpen zich bevinden. Een laatste maal verzamelt de stoet van goud, geel, groen, rood en zilver zich en paradeert enkele malen rond als teken van afscheid. Als ik enkele uren later door de gangen van Gondars kastelencomplex dwaal hoor ik ver op de achtergrond nog steeds gezang, begeleid door trommels en trompetten. “Het was een goeie Timkat”, vertelt Abeba, “heb ik je trouwens al verteld waarom er net dit jaar zoveel volk is?”

1 Reactie

  1. January 30, 2009, 7:28 pm
    Ankie schrijft:

    Hai Frank,
    Je schrijft zo heerlijk over Afrikaanse gebeurtenissen dat het niet alleen een genot is om te lezen maar ook nog mijn lijstje nog te zien/doen/ervaren alleen maar uitbreidt. Het is ook goed om alles te relativeren waar je je druk om maakt.
    Groetjes Ankie

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*