Isiolo – the quintessential frontier town (*)

December 17, 2008 – 4:10 pm

Nanyuki, Kenia – 6 december 2008

David, de man verantwoordelijk voor de ronkende ijskast van de Impala Bar, is een Kamba van het Mwingi district. “There where the vice president comes from”, voegt hij er niet zonder enige trots aan toe. Acht jaar geleden is hij – op zoek naar werk – in Nanyuki beland. Als ik hem na enkele koude Tusker biertjes pols over de met horrorverhalen overgoten route van Isiolo tot de grens met Ethiopië, zwaait hij nonchalant met zijn immer keuterende tandenstoker in noordelijke richting. “Never been up there, moet je gek voor zijn. Na Isiolo is er niets meer. Lost Kenya, zo noemen ze het. Enkel nomaden, leeuwen en shifta’s. Bandieten zijn het!” David trekt zijn mond scheef en zijn schouders op als ik hem vraag of het dan helemaal niet mogelijk is over land tot aan de Ethiopische grens te geraken. “Guess so, ik heb gehoord dat er vrachtwagens met goederen – sommige begeleid door gewapende askaris – tot Moyale rijden. Ze komen terug met koeien en geiten. Misschien kan je met één van hen mee. Maar ik raad het absoluut niet aan. Waarom vlieg je niet naar Ethiopië?” Davids laatste vraag houdt me later die avond nog enige tijd wakker. Waarom vlieg ik niet? Mm, anyway, eerst maar eens naar Isiolo en dan zien we wel verder.

Isiolo, Kenia – 8 december 2008

Isiolo is de quintessential frontier town (*). Ten zuiden ervan strekken de door Mount Kenya bevloeide akkers zich uit. Hier vestigden in de koloniale tijd de Engelse settlers zich en werden rijk door de vruchtbare gronden te verbouwen of er kuddes Jersey koeien te laten grazen. Tegenwoordig zijn het de Kikuyu, Kenia’s grootste en machtigste bevolkingsgroep, die op deze centrale hooglanden de dienst uitmaken. Weliswaar nog steeds geruggensteund door een niet onbelangrijke Europese aanwezigheid. Even voorbij Nanyuki daalt de asfaltweg (A2) dramatisch en kom je snel in een droge savanne terecht, waar doornige acaciabomen, stilstaande ezels en wegrennende geiten het decor bepalen. Stenen huizen maken hier en daar al plaats voor met takken en koeienmest opgetrokken hutten. Europees aandoende kleding verandert in blote bovenlijven en kikoi lendendoeken. Akkers worden kleiner, schrale koeien talrijker. Hier ligt Isiolo. Ten noorden van dit met een triest imago opgezadeld plaatsje strekt de noordelijke helft van het land zich uit. Een droge en doornige wildernis waar niemand echt woont, maar immer onderweg is. Het is het land van nomadische bevolkingsgroepen als Rendille en Turkana, Gabra en Borana. Isiolo zuigt aan het noorden. Niet enkel vanwege het veestapelmarketing kantoor waar herders hun overtollige koeien of geiten kunnen verkopen, maar ook door de aanwezigheid van klinieken, scholen, markten en overheidsinstanties.

Isiolo stond om twee redenen met sterren gemarkeerd in mijn reisroute. Enerzijds als eindstation van het noordwaarts openbaar vervoer en aldus de plaats om alternatieve wielen richting Ethiopië te regelen. Anderzijds als beginpunt van het bijna zeshonderd kilometer lange, ongeasfalteerde traject van de A2, waar een Chinese wegenbouwgigant onlangs begonnen was met aan de weg te timmeren. Omdat ik mezelf de opdracht had gegeven over dit ambitieuze wegenbouwproject een artikel te schrijven, kon ik uiteraard niet om een uitgebreide stop in Isiolo heen. Na een kort matatu-ritje vanuit Nanyuki checkte ik gisteren in, in het charmante Bomen Hotel. De goedogende receptioniste en het al even aantrekkelijke menu deed me snel op het schaduwrijke terras belanden. Het duurde echter niet lang voor Osman zich kwam voorstellen.

Osman Hamesa Uyu is een islamitische Borana, vandaag gekleed in een krijtblauwe bloes versierd met een Obama Thanks You speldje en op zijn kalende kruin het typische moslimhoedje. “Married with two wives and ten children, almost a football team”, verklaart hij trots. “Mijn eerste job was ‘give me pen’ ”, monkelt hij, “daarna ben ik verder gegaan in de mzungu business. Ik ken de regio. Geen enkel ezelspad of kamelenspoor tussen Isiolo, Ethiopië en Somalië is me onbekend. Naast Engels en het onvermijdelijke Swahili spreek ik Turkana en uiteraard mijn moedertaal Borana.” Hij vertelt me dat hij tegenwoordig een smidsatelier voor kansarme jongens uit Isiolo bestiert. Naast rondsjacheren met bronzen armbanden en ijzeren dolken biedt Osman zijn diensten aan aan voorbijtrekkende wazungu. “Zij die op zoek zijn naar een truck richting Marsabit, de omliggende manyatta’s willen bezoeken of clandestien Somalië binnen willen, moeten bij mij zijn”, verklaart hij met een strak gezicht. Daar ik toch een fixer nodig had om mijn lorry-ride tot Moyale te regelen, kon ik Osman ook wel de job geven, me naar de wegenwerken op de A2 te begeleiden. Tevens mocht hij me enkele in de buurt liggende Somalische vluchtelingenkampen laten zien, dacht ik zo.

Isiolo, Kenia – 9 december 2008

Enkele kilometer ten westen van Isiolo ligt LMD mountain en LMD village. Aan de voet van deze berg, iets voorbij het dorp, lag vroeger een groots opgezet overheidsterrein met kantoren, stallen, laadkaaien en watervoorziening. Het complex stond bekend als de Livestock Marketing Departement. Hier konden de herdersstammen hun vee laten onderzoeken, inenten of zelfs verkopen. Sinds in de jaren zeventig van de vorige eeuw de fondsen om het complex te runnen, opdroogden, ligt het er verlaten bij. Enkel de naam van de berg en het verderop gelegen dorp herinnert aan een ooit goeddraaiend overheidsproject waar vooral de nomaden van noord Kenia wat aan hadden. LMD village is een in twee gedeeld dorp. Aan de ene kant wonen sinds lang naar hier geïmmigreerde Turkana, de andere kant is voorbestemd voor Somaliërs. De meeste van hen wonen hier al enkele decennia. Ze zijn hier naartoe gekomen tijdens de gevechten tussen het Keniase leger en de Somali rebellen die na de onafhankelijkheid aansluiting zochten bij het moederland. Nadien zijn er sporadische immigratiegolven geweest. Vanwege de niet aflatende crisis in het wetteloze land is er sinds vorig jaar een nieuwe vluchtelingenstroom op gang gekomen. In de wetenschap dat hun broeders zich ooit rond Isiolo gevestigd hebben, trekken vele vluchtelingen naar hier. Sommigen kunnen hun hutjes op het perceel van een ver familielid bouwen, anderen slaan een provisorisch tentje op aan de rand van de weg. Ze proberen te overleven door op de markt kamelenmelk te verkopen. “Goed tegen amoebedysenterie en buiktyfus”, weet Osman me te vertellen.

Na het bezoek aan het vluchtelingendorp leidt Osman me via de vuilnisbelt en de waterzuiveringbekkens naar de plaats waar de geasfalteerde A2 overgaat in een tot aan de horizon reikend bouwwerf. De Keniase overheid was enkele jaren geleden zelf al begonnen met de weg te nivelleren en asfalteren. Nadat ze drie kilometer waren opgeschoten, staakten ze de werken omdat het te duur werd. Beter buitenlandse wegenbouwers op het project laten bieden, bedachten ze. Sinds enkele maanden is de Chinese wegenbouwgigant Wu Yi aan de ambitieuze taak begonnen. Ze laten er geen gras over groeien. Vijftig Chinese ingenieurs plus tientallen lokaal gerekruteerde arbeiders steken er de handen uit de mouwen. Vanuit China verscheepte schraapmachines en bulldozers trekken een breed spoor door de noord Keniase savanne. Samuel Mwangi, een voor de Chinezen werkende chauffeur uit Nakuru, klaagt: “Voor tienduizend shilling per maand verwachten ze dat we ’s nachts en zelfs op zondag werken. We hebben weliswaar enkele jaren werkzekerheid maar als er zich iets beter aandient ben ik weg. Het plan is om over drie jaar het honderd dertig kilometer verderop liggende Merelle te bereiken. Daarna wordt het project geëvalueerd en eventueel beslist om verder te gaan tot Marsabit en Moyale.” Bij het horen van deze twee plaatsnamen uit het verloren noorden van Kenia wordt ik plots een beetje zenuwachtig. “Kom Osman”, maan ik mijn vriend aan, “terug naar town. We moeten nog een plaatsje bovenop een vrachtwagen richting Ethiopië versieren.” Morgen wil ik immers aan mijn avontuur doorheen het land van nomaden, leeuwen en shifta’s beginnen.

(*) Sorry lezers, ik ken geen Nederlandse uitdrukking die de lading beter dekt.

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*