Over de Niger naar Timboektoe

November 29, 2008 – 3:40 pm

Enkele dagen geleden zijn we in Mopti – daar waar de Bani de Niger instroomt – aan boord gegaan van een twintig meter lange, af en toe hoestende, dieselmotorschuit. Sindsdien zakken we langzaam maar gestaag de rivier af. Witte reigers en bonte ijsvogels houden de pinasse met zijn woelig spoor vol lekkers angstvallig in de gaten. Af en toe zien we Bozo visserslui die met primitieve pirogues uit het riet vandaan komen. Ze strijken hun, in patchwork aan elkaar genaaide UNHCR zeilen, en manoeuvreren geruisloos langs ons heen in de richting van de viswateren, gemerkt met als boeien dienende, gele jerrycans. Rietkragen met palmen verbergen ondiepe lagunes bedekt met waterlelies. Knalrode bisschopvogels met zwarte kraagjes springen tussen de witte bloemen die het groene oevergras van patroon voorzien Een solitaire Afrikaanse zeearend houdt de wacht op een visfuik tot ze geledigd wordt en hij onbelemmerd kan graaien. Je zou het niet zeggen mensen, maar de Niger – de woestijnrivier die vaak minachtend afgedaan wordt als een onbarmhartige snede dwars door de poederdroge Sahel – is een overvloedige bron van leven.

De Niger

De Niger vindt zijn bronnen in de hooglanden van Fouta Djallon in Guinea. Het is een 4200 kilometer lang waterspoor dat na Guinea ook nog Mali en Niger aandoet alvorens in Nigeria uit te monden in de Golf van Guinea. Na de uitbundigheid van het hoogland verandert de Niger in Mali van een rivier in een stroom. Een brede stroom. Een megarivier. Een watergebied gelardeerd met talloze eilanden. In Mali creëert de Niger een inlandse bassin die in de natte periode wel vijfentwintigduizend vierkante kilometer kan beslaan. Het is in deze binnenlandse delta dat de mensheid tienduizenden jaren geleden met landbouw begon en daardoor gedwongen werd zich te settelen en politiek organiseren. Het overstromingsgebied dat reikt van Djenné aan de Bani over de binnenzee Lac Débo tot het funky Niafounké is het grootste zoetwatervisreservoir van West Afrika.

Rijst en katvis

We landen in naamloze dorpen. Op erven van uit rivierklei opgetrokken huizen zien we muskietennetten die babymatrasjes bespannen. Het stelt me gerust dat de lokale mamma’s zich bewust zijn van de grote killer die in hun achtermoeras leeft. Dames in kleurrijke wikkels en ondeugende kinderen roepen om het hardst om hun zwartgerookte katvis aan de man te brengen. Het valt me op dat gebakken vis enkel in de grotere kruispuntdorpen aangeboden wordt. Bakolie reikt niet ver langs de Niger. De rivierbewoners gokken duidelijk op rijst als basisvoedsel. Kleurrijke plastic wimpels en meer creatief ontworpen vogelverschrikkers versieren de tijdelijke rijstpaddy’s die rondom de ondergelopen woonsteden het decor bepalen. Verderop ontwaar ik door de rook van een ambachtelijke steenbakkerij een kleine uit modder en rijstkaf opgetrokken moskee. Lachende tortels cirkelen omheen haar bescheiden minaretten.

Rivier in de woestijn

We varen verder. Een eind voorbij Niafounké, geboortedorp van de gevierde Malinese bluesmuzikant Ali Farka Touré, sluit de inlandse delta haar poorten en beperkt de Niger zich weer tot één hoofdstroom. Het water staat erg hoog sinds de overvloedige regens van enkele maanden geleden. De dorpsvrouwen kunnen in plaats van op een steen in de rivier, de was doen van op de tot het water reikende oevers. Zandduinen, hier en daar begroeid met doornige struiken waaraan kunstig gevlochten wevernestjes bengelen, vormen het decor achter de lage rivieroever en duiden erop dat de Sahara niet ver meer af is. Af en toe verdwijnen de duinen en lijkt de waterspiegel onmerkbaar over te gaan in een eindeloze zand- en grindvlakte.

Het leven aan boord

Naast de nooit opgevende, kuchende dieselmotor en de in potten en pannen roerende scheepskokkin, is het vooral rust en kalmte dat de sfeer aan boord bepaald. Terwijl enkele van mijn Europese gasten zich behaaglijk in de kussentjes van de zitruimte hebben genesteld en een boek lezen, liggen anderen op het houten dak te zonnebaden of met een verrekijker de watervogels te observeren. Enkel een plots uit het bagageruim opspringende rat kan heel eventjes de rust verstoren. De dagen op de Niger lijken allemaal eender maar worden nooit saai. We roepen vissers om met hun sloep tot bij ons te komen zodat we uit hun vangst van die ochtend onze lunch kunnen samenstellen. Af en toe stoppen we bij een dorpje waar we onder begeleiding van tientallen kinderen een wandeling maken en op de markt stookhout aankopen. Net voor de zon onder het einder zakt landen we nabij een duinenpartij om er ons kamp op te slaan. Een klein kampvuur zorgt voor gezelligheid en de onwaarschijnlijke sterrenhemel voor een vleugje mystiek.

Timboektoe!

Na bijna drie dagen de machtige stroom te zijn afgezakt meldt de kapitein van onze pinasse dat de haven van Timboektoe in zicht is. Verrassing alom bij ons die zo gewend geraakt waren aan dit trage leven en aan geen eindbestemming meer dachten. Timboektoe, de woestijnstad aan de zuidgrens van de onmetelijke Sahara. De stad die bol staat van mythische verhalen over onuitputtelijke goudvoorraden en bibliotheken vol met geleerde boeken, gedrukt op gelooide lammerenhuiden. Het is hier dat Ibn Battuta, de Marokkaanse avonturier, in 1353 AD, na een tweehonderdduizend kilometer lange wereldreis passeerde, op weg naar huis. Hij kwam even de onwaarschijnlijke verhalen verifiëren die hij in de souks van Cairo had gehoord.

Europese avonturiers

Dat was ook de bedoeling van de Britse majoor Alexander Gordon Laing. Hij bereikte de stad als eerste Europese ontdekkingsreiziger in 1826 AD na een lange woestijntocht via Tripoli en Gadamesh. Zijn nieuw verworven kennis over de mythische stad kon hij echter met niemand delen daar hij gedood werd tijdens een overval op de karavaan die hem via Taoudenni naar Marakkech moest leiden. Enkele jaren later kon de Franse avonturier René Caillier de passage van Laing bewijzen toen hij als islamstudent vermomd, Timboektoe bereikte. Terwijl hij de schijn hooghield islam te studeren, maakte Caillier aantekeningen en plattegronden van de stad. Na een geslaagde tocht per karavaan naar Marokko scheepte hij in voor Europa en leverde Major Gordon Laing’s paspoort in bij Queen Victoria. Een tipje van de sluier die omheen Timboektoe hing was bij deze opgeheven.

Nota van de auteur: De aantekeningen waaruit bovenstaande tekst werd gedistilleerd heb ik gemaakt tijdens een tocht over de Niger die plaatsvond tussen 10 en 14 november 2008.

4 Reacties

  1. November 30, 2008, 8:30 pm
    riet schrijft:

    amaai Frank prachtig geschreven,,,, heeeeeel interesant

  2. December 5, 2008, 12:55 am
    wim de ruijter schrijft:

    Frank

    leuk om je reisverslag te lezen.
    Ik woonde enkele jaren in Boven Volta van 79 tot 82, en bezocht de Dogon en Moptie na een motorreis van enkele dagen uit Ouagadougou.
    Mooi vehaal en dito fotos van jou.
    Waarschijnlijk ga ik deze reis herhalen per fiets of moto
    Groeten, Wim de Ruijter

  3. December 7, 2008, 10:14 am
    FrankFocus schrijft:

    Hartelijk dank Wim en veel succes met je motorfiets tocht.

  4. December 18, 2008, 10:29 am
    Jan schrijft:

    Hoi Frank,

    Mooi verhaal en prachtige foto’s (ben onder de indruk voor de steenovenfoto).

    Jan

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*