Een trekking door de Pays Dogon

November 25, 2008 – 7:29 pm

Als ik niet beter wist zou ik haast durven beweren dat er onderaan de Falaise de Bandiagara, beter bekend als de Pays Dogon of Dogon Vallei, een ander soort baobab staat dan elders op het Afrikaanse vasteland. De hier gevonden exemplaren zien er compleet anders uit. In tegenstelling tot de dikke, grillige, met gaten en bulten geschonden bomen die men in Oost en Zuidelijk Afrika tegenkomt, kunnen de Dogon exemplaren eerder als gaaf en elegant beschreven worden. Met een beetje fantasie lijkt het er zelfs op dat ze in een strak mantelpakje zijn gestoken. Maar omdat ik pertinent zeker ben dat er in Afrika (met uitzondering van het reeds erg lang weggedreven eiland Madagaskar) maar één soort apenbroodboom (Adansonia Digitata) voorkomt, moet diegene die we her en der verspreid zien staan onderaan de kliffen van Bandiagara, toch dezelfde zijn. Alphonsini, mijn lokale Dogon tolk, brengt verduidelijking:

“Vanaf een bepaalde leeftijd, best wel jong, wordt van de baobab de bast geoogst. De Tellem, die de vallei voor ons bewoonden, deden het ook al. Vanaf de voet worden er strips van anderhalve meter afgetrokken. Iets daarboven herhaalt met dit. Hierdoor krijg je na honderden jaren een verdikking tussen de twee oogstbanen. Doordat de oppervlakte van het afgestripte gedeelte strak en gaaf blijft, lijkt het inderdaad op de mooie vormen van een vrouwenlichaam, met of zonder mantelpakje. Uit de bast worden vezels gewonnen die gebruikt worden voor touwen, manden en zelfs textiel.”

Een briefing

“Hoe ziet een dag tijdens een meerdaagse trekking door de Pays Dogon er uit?” Met die vraag begin ik meestal de briefing aan de vooravond van onze zesdaagse tocht langsheen de Falaise de Bandiagara. Vaak zijn mijn Europese gasten een beetje zenuwachtig vanwege de verhalen over extreme hitte, steile klimpartijen, eenzijdig eten en benarde accommodatie die ze in reisverslagen op het internet hebben gelezen. Ik vervolg mijn betoog door de gestelde vraag maar meteen te beantwoorden. “Het gezang van de muezzin, die het dorp oproept tot het gebed, wekt je. Je kruipt uit je tent of vanonder je klamboe vandaan en daalt voorzichtig af van het huisje van je gastheer via een uit een boomstam gehouwen trap. Onze meetrekkende kokkin vergast ons op een simpel maar lekker ontbijt. Ondertussen is de rest van onze crew, die bestaat uit een lokale Dogon tolk en enkele ossendrijvers, bezig de ossenkarren te laden met de bagage. Tijdens de koele uren van de ochtend profiteren we ervan om de meeste kilometers te maken. Op meer dan twaalf moet je voor de lunch echter niet rekenen. Heel vaak, maar niet altijd, lopen we over een vlak, stoffig pad met hier en daar wat mulle zandpartijen. We passeren Dogondorpen waar vooral de pittoreske graanschuurtjes en dito moskeeën in het oog springen. Kodakmomenten, zoals dat heet.”

“Sommige dorpen zullen we binnenwandelen en er ons te goed doen aan een ‘koel’ drankje in het lokale campement. Een jonge Dogon snaak met zin voor zaken wil de geïnteresseerden vast wel tot bij de moskee of een textielatelier leiden. Net voor de bijna ondraaglijke hitte begint houden we halt in alweer zo een campement waar ondertussen de ossenkarren met onze kokkin gearriveerd zijn. Couscous met uiensaus zal vast enkele keren op het lunchmenu staan. Tijdens de hete uurtjes rollen we matrassen uit onder een schaduwboom en staat er siësta op het programma. U zal merken, beste gasten, dat dit geen overbodige luxe is. Als de zon een beetje van haar verzengende kracht verliest trekken we verder. De middagtocht beslaat meestal niet meer dan een vijftal kilometer. We slaan onze tenten op of hangen muskietennetten aan de waslijnen op de platdaken van een gastfamilie die een centje bijverdient door hun compound als campement voor trekkers aan te bieden. Met diegenen die nog fut hebben beklimmen we vervolgens de minder steile voet van de verticale rotswand die de volle zes dagen van onze tocht het uitzicht zal domineren. Hier bezoeken we verlaten Dogon dorpen en krijgen we een beter zicht op de hoger gelegen necropolis grotten van de lang verdwenen Tellem. Op sommige plaatsen zullen we naast hun graven ook overblijfselen van hun graanschuurtjes en hun bijenkorfvormige woningen te zien krijgen. Terug beneden wordt er pasta met uiensaus en een stukje schaap dat we wegspoelen met een grote fles Castel bier uit de primitieve keuken getoverd. Bon apetit.”

“Uiteraard gaat het niet elke dag zo. Een enkele keer verandert het zanderige spoor in een pad dat bezaaid is met grote keien en ons een helling op leidt waar we verdwijnen in een spectaculaire kloof met een heel hoog Indiana Jones gehalte. In plaats van beneden aan de falaise te bivakkeren slaan we ons kamp op bovenop de klif. De daar altijd heersende wind zal ons aangenaam afkoelen. Uit modder en leem opgetrokken huisjes maken er plaats voor met zandsteen gebouwde woningen. De uitgestrekte, droge gebieden waar we doorheen trekken veranderen hier en daar in groene, frisse, met overvloedig water geïrrigeerde uienpercelen, akkers waarop de giersthalmen met de wind mee wuiven en paden waarlangs de hibiscus in bloei staat.”

“Uw nieuwsgierigheid zal geprikkeld worden door muurschilderingen die verband houden met traditionele besnijdenisceremonies, de met zware daken bedekte togunas of ontmoetingsplaatsen, de speciale menstruatiehuizen en de fetisj monumenten in de vorm van vrouwenborsten. U zal leren dat de chef van de Dogon, de Hogon, zich nooit wast en in een huis woont dat uit dezelfde drie kleuren bestaat als de eerder vermelde muurschilderingen. We zullen uitgenodigd worden op de befaamde maskerdansen die hun oorsprong vinden in de begrafenisrituelen. U zal versteld staan bij het feit dat de Dogon in casus geen Islamitisch volk is maar eerder een animistische religie belijdt die bol staat van mythologieën en culten. Uw vragen over het verdwenen Tellem volk zullen grotendeels onbeantwoord blijven omdat hun geschiedenis zelfs voor de Dogon erg vaag is. Uw tochten zullen opgeleukt worden door taferelen waarin vrouwen met vlegels het kaf van de gierst kloppen en nadien scheiden met behulp van de wind. Zwarte wouwen, torenvalken en bonte kraaien zal je duikvluchten zien nemen, jagend achter hun prooi. De soundtrack bij dit alles zal vooral bestaan uit balkende ezels, kukelende hanen, mekkerende geiten en lachende kinderen. Mensen, welkom in de Dogon Vallei.”

Links

Om copyrights te respecteren maar ook omdat ik nogal lui van aard ben heb ik ervoor gekozen in dit stukje niet te diep in te gaan op de achtergrond van het Dogon en Tellem volk. Het zou toch maar uitdraaien op wat overschrijven uit bestaand werk en er mijn eigen stijl aan meegeven. Lezers die echter geïnteresseerd zijn in wat meer duiding over deze bevolkingsgroepen hoeven enkel de corresponderende links aan te klikken.

1 Reactie

  1. November 9, 2009, 8:19 pm
    laura onderdijk schrijft:

    Hoi Frank,

    Leuk te lezen, waar ik over 2 weken ook ga lopen met jou als reisbegelieder.
    Ik heb er enorm veel zin in.

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*