Van heinde en verre komen ossenkarren en paardenspannen overladen met goederen en mensen aan bij de poorten van Djenné. Overvol gestouwde pinasses en pirogues verdringen elkaar bij de steiger aan de opgehoogde grindweg die door het overstroomgebied van de Bani rivier ten westen van de stad loopt. Hun kapiteins willen zo snel mogelijk de lading lossen opdat ze de rivier weer opkunnen. Meer werk wacht hen. Een bonte stoet van mensen tekent zich af tegen de horizon van de roodgekleurde weg. De mannen houden hun kleinvee in het gareel terwijl de vrouwen loodzware kalebassen gevuld met ondefinieerbare prutjes, vloeistoffen of geleien op het hoofd balanceren. Een mensenmassa is op de been en wil naar Djenné. Ze komen van dorpen uit de buurt, uit rurale gemeenschappen te midden van de inlandse Nigerdelta, van steden als Ségou of Mopti en zelfs uit buurlanden als Senegal en Burkina Faso. Ze willen allemaal hetzelfde: handel drijven op de maandagmarkt van Djenné.
Gele plastic jerrycans, gevlekte sinaasappels, groene bananen, zwartgerookte katvis, sterk geurende gember, stinkende visafval, lokaal model Tupperware, kleine vissen, grote vissen, tussenmaten, geroosterde pindas, schotels met bereide pastagerechten, veelgekleurde doeken, dikke winterdekens, opgekweekte plantenstekjes, gevlochten Peulhoeden, verdovende kolanoten, kralen per kilo, kettingen, armbanden, pijnstillers, pleisters, zaklampen, insecticide, aanstekers, batterijen, zakken zout, Savon de Marseille, blikjes makreel, Maggi bouillonblokjes …
Jongemannen sturen keurig lappen stof langsheen de naald van hun ouderwetse Singer naaimachines. Viswijven schreeuwen om aandacht voor hun waar. Uit een muziekkraam klinken de bekende tonen van Salif Keita. De muezzin roept vanuit de moskee op tot het gebed.
Deze uit riviermodder en rijstkaf opgetrokken moskee is de grootste in zijn soort. Het dak dat door honderd pilaren wordt gedragen en haar minaretten vormen de achtergrond waartegen de markt van Djenné zich elke maandag weer afspeelt. De solide modderconstructie werd mede door Franse ingenieurs opgetrokken aan het begin van de vorige eeuw. Dit op vraag van de lokale bevolking. Deze vond dat er op de plaats waar tot in de 16de eeuw een moskee uit de Marokkaanse traditie stond, er een nieuwe moest worden neergezet. Een roelerende gemeenschapsdienst regelt het onderhoud van het unieke gebouw. Elk jaar, voor de regentijd, zorgt het stadsdeel dat aan de beurt is voor de aanmaak van het nodige bouwmateriaal en steekt de moskee in een nieuw modderjasje. Op dit moment echter, is ieders focus gericht op de maandagmarkt van Djenné.
… pakjes oploskoffie, bergen fietsonderdelen, differente kruiden en specerijen, voetbalshirts, sardines in blik, lege wijnflessen, dito Nestlé blikken, gedroogde piment pepers, rode ajuinen, bevroren suikerdrankjes in plastic zakjes, Rainbow lucifers, kleverige lippenstift, rollen scheepstouwen, gekopieerde muziekcassettes, stapels eieren, kitscherige juwelen, vette oliebollen, kraakverse baguettes, zoete aardappelen, verduurde elastiekjes, rieten manden, plastic slippers, gevlochten matten, baseball caps, moslimhoedjes, namaak Ray Ban’s, djellaba’s, rode fezzen met zwarte flosjes, houtskool, watermeloenen en nog veel, veel meer, vind je elke maandag op de markt van Djenné.




3 Reacties
Prachtig,je hebt direct zin om een kijkje te gaan nemen.
Geef maar een seintje!
Kom net terug van trip in Malie. Geweldig land. Djenné was zoals je het beschreef. Ga ook bij Bani oversteek kijken. 2dagen in Pays Dogon geweest (gewandeld).Samen met mijn zoon en schoondochter.Zelf ben ik 70 jaar en de reis is goed te doen.