2008

  • December 24, 2008 – 5:30 pm

    Over de ‘Shifta Road’ tot … Moyale

    Bij de nomadenvolkeren van noord Kenia bestaat er reeds lang een traditie van veediefstal en stammentwisten. Terwijl het vroeger om relatief onschuldige incidenten ging, loopt het sinds de komst van goedkope Kalashnikovs uit de oorlogsgebieden van Soedan en Somalië, vaak uit de hand. Niet zelden ontaarden deze cattle raids in een full scale oorlog, vallen er tientallen slachtoffers en brengen ze duizenden vluchtelingen op de been. De makkelijk verkrijgbare oorlogswapens hebben ook gezorgd voor het ontstaan van georganiseerde misdaad. Sinds het begin van de jaren negentig zijn bandietenbendes begonnen met systematisch vrachtwagens met vee of hulpgoederen te overvallen in het ongecontroleerde noorden van Kenia. Deze bandieten worden in het Swahili, shifta’s genoemd. De A2 tussen Isiolo en Moyale werd hierdoor de ‘Shifta Road’. De laatste jaren is het echter fel gebeterd en is het niet meer nodig dat vrachtwagens zich bij een door militairen geëscorteerd konvooi moeten voegen. De enige veiligheidsmaatregel die nog wordt getroffen is het instellen van een avondklok op sommige stukken van de weg. Ik ben ondertussen in Marsabit beland. Dit oaseplaatsje halfweg tussen Isiolo en de Ethiopische grens maakt zich op om 45 jaar onafhankelijkheid van Kenia te vieren. Het is vandaag namelijk Jamhuri Day.

    Lees de rest van deze post

  • December 21, 2008 – 11:16 am

    Over de ‘Shifta Road’ tot … Marsabit

    Diezelfde avond belde Osman me met de blijde boodschap dat hij een plaatsje voor me gescoord had in een government vehicle. Hij wist me te vertellen dat de chauffeur van deze comfortabele Landrover net een marsbevel naar Marsabit had ontvangen en enkel nog moest wachten op een benzinevoucher. Na deze formaliteit zou hij morgenochtend A.S.A.P. vertrekken. Osman raadde me aan vanaf zonsopgang standby te zijn met mijn bagage en duizend shilling, klaar in de hand. “You’re a lucky man, Frank. Anderen wachten dagen en moeten het dan stellen met twintig centimeter zitruimte op een metalen buis bovenop een truck vol geiten”, vertrouwde hij me toe. In de wetenschap dat ik morgen aan mijn avontuur kon beginnen en het landschap mocht aanschouwen van op de zachte kussens van een overheidsterreinwagen, nestelde ik me nog een laatste maal op het terras van het Bomen Hotel. Na een schotel geroosterd geitenvlees weggespoeld met een paar koude Tusker biertjes, pakte ik mijn spullen en ging tevreden slapen. Morgenavond zou ik tweehonderd zestig kilometer ten noorden van hier, in het plaatsje Marsabit zijn. Tenminste, dat dacht ik.

    Lees de rest van deze post

  • December 17, 2008 – 4:10 pm

    Isiolo – the quintessential frontier town (*)

    Nanyuki, Kenia – 6 december 2008

    David, de man verantwoordelijk voor de ronkende ijskast van de Impala Bar, is een Kamba van het Mwingi district. “There where the vice president comes from”, voegt hij er niet zonder enige trots aan toe. Acht jaar geleden is hij – op zoek naar werk – in Nanyuki beland. Als ik hem na enkele koude Tusker biertjes pols over de met horrorverhalen overgoten route van Isiolo tot de grens met Ethiopië, zwaait hij nonchalant met zijn immer keuterende tandenstoker in noordelijke richting. “Never been up there, moet je gek voor zijn. Na Isiolo is er niets meer. Lost Kenya, zo noemen ze het. Enkel nomaden, leeuwen en shifta’s. Bandieten zijn het!” David trekt zijn mond scheef en zijn schouders op als ik hem vraag of het dan helemaal niet mogelijk is over land tot aan de Ethiopische grens te geraken. “Guess so, ik heb gehoord dat er vrachtwagens met goederen – sommige begeleid door gewapende askaris – tot Moyale rijden. Ze komen terug met koeien en geiten. Misschien kan je met één van hen mee. Maar ik raad het absoluut niet aan. Waarom vlieg je niet naar Ethiopië?” Davids laatste vraag houdt me later die avond nog enige tijd wakker. Waarom vlieg ik niet? Mm, anyway, eerst maar eens naar Isiolo en dan zien we wel verder.

    Lees de rest van deze post

  • December 5, 2008 – 2:18 pm

    Het dagboek van een jonge Afrika reiziger

    De laatste dagen in Nairobi heb ik bewust steeds briefjes van duizend shilling uitgegeven. Zelfs voor een cappuccino van honderd twintig. Ik wilde namelijk wisselgeld, small change. Dit omdat deze kleine nominaties straks in het verloren noorden van Kenia, letterlijk en figuurlijk geld waard zullen zijn. Vanaf je de hoofdstad verlaat, decimeren de prijzen. Een biertje zakt van tweehonderd vijftig naar negentig, een kilo bananen koop je langs de weg voor twintig shilling, wat hetzelfde in eurocent betekent. In Marsabit aankomen met een duizendje is als met een briefje van tweehonderd euro betalen voor je ochtendkrant. Onmogelijk dus. Deze wetenschap heet ervaring. Ervaring had me ook moeten doen kiezen voor dat vliegtuigticket dat mijn baas me enkele dagen geleden nog aanbood om van Nairobi naar Addis Abeba te vliegen. Ondergetekende wilde hier echter niet van weten en besloot – net als twintig jaar geleden – met het openbaar vervoer noordwaarts te reizen.

    Lees de rest van deze post

  • December 2, 2008 – 12:17 am

    It was twenty years ago today

    Vandaag, twee december 2008, is het exact twintig jaar geleden dat ik mijn eerste sporen achterliet op het rode zand van Afrika. Om dat heuglijke feit bescheiden doch beslist in de verf te zetten wil ik van op de plaats van mijn eerste Afrikaanse wapenfeiten (Mount Kenya regio) een reis maken tot in het land dat als één der laatste mijn onverdeelde aandacht trok: Ethiopië. Per openbaar vervoer (in zoverre dat bestaat) zal ik van Nairobi noordwaarts naar Addis Abeba reizen maar ik zal mijn focus vooral richten op het stuk Nanyuki (voet Mount Kenya) tot Moyale (grens Kenia – Ethiopië).

    Lees de rest van deze post

  • November 29, 2008 – 3:40 pm

    Over de Niger naar Timboektoe

    Enkele dagen geleden zijn we in Mopti – daar waar de Bani de Niger instroomt – aan boord gegaan van een twintig meter lange, af en toe hoestende, dieselmotorschuit. Sindsdien zakken we langzaam maar gestaag de rivier af. Witte reigers en bonte ijsvogels houden de pinasse met zijn woelig spoor vol lekkers angstvallig in de gaten. Af en toe zien we Bozo visserslui die met primitieve pirogues uit het riet vandaan komen. Ze strijken hun, in patchwork aan elkaar genaaide UNHCR zeilen, en manoeuvreren geruisloos langs ons heen in de richting van de viswateren, gemerkt met als boeien dienende, gele jerrycans. Rietkragen met palmen verbergen ondiepe lagunes bedekt met waterlelies. Knalrode bisschopvogels met zwarte kraagjes springen tussen de witte bloemen die het groene oevergras van patroon voorzien Een solitaire Afrikaanse zeearend houdt de wacht op een visfuik tot ze geledigd wordt en hij onbelemmerd kan graaien. Je zou het niet zeggen mensen, maar de Niger – de woestijnrivier die vaak minachtend afgedaan wordt als een onbarmhartige snede dwars door de poederdroge Sahel – is een overvloedige bron van leven.

    Lees de rest van deze post

  • November 25, 2008 – 7:29 pm

    Een trekking door de Pays Dogon

    Als ik niet beter wist zou ik haast durven beweren dat er onderaan de Falaise de Bandiagara, beter bekend als de Pays Dogon of Dogon Vallei, een ander soort baobab staat dan elders op het Afrikaanse vasteland. De hier gevonden exemplaren zien er compleet anders uit. In tegenstelling tot de dikke, grillige, met gaten en bulten geschonden bomen die men in Oost en Zuidelijk Afrika tegenkomt, kunnen de Dogon exemplaren eerder als gaaf en elegant beschreven worden. Met een beetje fantasie lijkt het er zelfs op dat ze in een strak mantelpakje zijn gestoken. Maar omdat ik pertinent zeker ben dat er in Afrika (met uitzondering van het reeds erg lang weggedreven eiland Madagaskar) maar één soort apenbroodboom (Adansonia Digitata) voorkomt, moet diegene die we her en der verspreid zien staan onderaan de kliffen van Bandiagara, toch dezelfde zijn. Alphonsini, mijn lokale Dogon tolk, brengt verduidelijking:

    Lees de rest van deze post

  • November 21, 2008 – 6:55 pm

    Een blauwe maandag in Djenné

    Van heinde en verre komen ossenkarren en paardenspannen overladen met goederen en mensen aan bij de poorten van Djenné. Overvol gestouwde pinasses en pirogues verdringen elkaar bij de steiger aan de opgehoogde grindweg die door het overstroomgebied van de Bani rivier ten westen van de stad loopt. Hun kapiteins willen zo snel mogelijk de lading lossen opdat ze de rivier weer opkunnen. Meer werk wacht hen. Een bonte stoet van mensen tekent zich af tegen de horizon van de roodgekleurde weg. De mannen houden hun kleinvee in het gareel terwijl de vrouwen loodzware kalebassen gevuld met ondefinieerbare prutjes, vloeistoffen of geleien op het hoofd balanceren. Een mensenmassa is op de been en wil naar Djenné. Ze komen van dorpen uit de buurt, uit rurale gemeenschappen te midden van de inlandse Nigerdelta, van steden als Ségou of Mopti en zelfs uit buurlanden als Senegal en Burkina Faso. Ze willen allemaal hetzelfde: handel drijven op de maandagmarkt van Djenné.

    Lees de rest van deze post

  • November 18, 2008 – 10:21 pm

    Mali – altijd onderweg

    Onderweg zijn, dat is waar een reis door Mali om draait. Op enkele onroerende hoogtepunten na is Mali’s aantrekkingskracht voor de bezoeker het reizen zelf. Een alledaagse toerist wordt in Mali vanzelf weer een ouderwetse reiziger. Met alle ongemakken van dien trekt, vaart of hobbelt de bezoeker aan dit hete en stoffige Sahelland te voet, per pinasse of op een kameel langsheen de Dogon kliffen, over de Niger of door de Sahara. Een romantische ziel mag er graag een mythisch einddoel aan koppelen: de stad die bol staat van legendes en onwaarschijnlijke verhalen, het legendarische Timboektoe. Maar alvorens deze stad te bereiken dient hij of zij terug te keren naar de basics of travel.

    Lees de rest van deze post

  • November 1, 2008 – 7:23 pm

    Ondertussen langs de Niger

    Beste Afrika liefhebber, U hebt van mij nog een en ander over het Selous Wild Reservaat te goed. Over de Selous in het algemeen, maar in het bijzonder, antwoorden op vragen als: “Waarom niet voor beginners?” en “Waarom je favoriete stukje wildernis? Daarbij durf ik haast zeker te zijn dat er tevens mensen aan het wachten zijn op meer Onno De Rover wildfotografie. Nog voor hij een duurzamere wand mag behangen als gastfotograaf in de galerijen dezer website. Geen getreur, ik zal me er aan houden. Afspraak hieromtrent tijdens de laatste week van deze maand.

    Lees de rest van deze post