Ethiopië vertoont langzaamaan symptomen van millenniumkoorts, de lichte verhoging waar het grootste deel van de wereld zeven jaar geleden zoveel last van had. Het is te merken in de hoofdstedelijke pers, in brochures van het ministerie van toerisme en op een digitale aftelklok voor het majestueuze Sheraton Addis. De reden dat Ethiopië zeven jaar achter staat is dat ze de Juliaanse kalender in plaats van de wereldwijd verspreide versie van paus Gregorius hanteert. Ze bezigt een jaar van twaalf maanden met telkens dertig dagen en corrigeert de onvermijdelijk ingeslopen fout met een dertiende maand van een tiental dagen. Hierdoor kent men geen datum die vijfentwintig december heet.
Omdat Ethiopië een land is met een zeer oude christelijke traditie kan ze uiteraard niet om een jaarlijkse viering van de geboorte van Jezus heen. De Ethiopisch-orthodoxe kerk viert deze hoogdag onder de naam Leddet en het epicentrum van dit feest is in Lalibela, bekend om zijn elf uit de rotsen gehouwen kerken. Volgens de Juliaanse almanak zou Jezus dit jaar in de bloemetjes gezet worden op 28/4/1999. Een beetje gereken leert ons dat als we mee aan de feestdis willen zitten, we op 6 januari 2007 in Lalibela moesten zijn. Zo gezegd, zo gedaan.
Een nieuw Jeruzalem
Roha, zoals Lalibela vroeger heette, was de hoofdstad van de Zagwe dynastie die Ethiopië bestuurde van de tiende tot de dertiende eeuw. De meest beroemde Zagwe heerser was de ambitieuze koning Lalibela wiens bouwwoede ongekende proporties aannam. Vanaf dat de jonge Lalibela op de troon zat begon hij met megalomane bouwprojecten. In een goddelijk visioen was hem opgedragen in de bergen rond zijn hoofdstad een nieuw Jeruzalem te bouwen. Hij nodigde bouwmeesters, steenkappers en kunstenaars uit om zijn droom waar te maken. Goedgelovigen beweren dat hij daarbij geholpen werd door engelen, andere ‘sceptische’ tongen maken gewag van Europese hulp in de vorm van de vrijmetselaarsorde of de tempelridders. Wie het ook moge gebouwd hebben, ze staan er, elf volledig uit de rotsen gehouwen monolithische en semi-monolithische kerken opgedragen aan Bijbelse figuren als de heilige moeder Maria, de engel Gabriël, Sint Michaël en (de bekendste) de in de vorm van een Grieks kruis gehouwen Sint Joriskerk. Het spreekt voor zich dat een bezoek aan Ethiopië zonder het wereldwonder Lalibela aan te doen meer dan onvolledig is. Als dan ook toevallig nog Leddet gevierd wordt dringt een pelgrimage naar het geïsoleerde bergdorp zich op.
Duizenden pelgrims
In tegenstelling tot het Sint Maria festival in Aksum wat een bijna uitsluitend Tigrays feest is, komen de pelgrims naar Leddet in Lalibela in grote getale vanuit het ganse land. Sommige devote gelovigen zijn een maand te voet onderweg om het evenement van dichtbij mee te maken. Ze maken deze bedevaart een paar keer in hun leven, enkel als een goede oogst hen deze uitputtende reis toestaat. De overvloedige regens van het afgelopen jaar resulteerden in volle akkers en een vette veestapel en aldus in een grote opkomst op het festival. De hotels en pensionnetjes van het dorp waren al lang van tevoren vol geboekt en de tenten die menig herbergier in zijn tuin zette vonden in geen tijd betalende gasten. Duizenden pelgrims hadden echter geen bed voor de nacht en sliepen op en rond de kerken, behaaglijk opgerold in hun grauwwitte gewaden. Voor hen is aanwezigheid het belangrijkste en ze kiezen er dan ook voor zo lang mogelijk dichtbij de erediensten te zijn.
Wankel op hoge muren
De kerk waar de vieringen gehouden worden is Bet Maryam. Dit huis van Maria wordt algemeen aanvaard als de eerste van de elf kerken die gebouwd is. De dertien meter hoge monolithische constructie staat in een uit de rotsgrond gehakte binnenplaats. De avondceremonie die het kerstfeest opent wordt geleid vanuit deze ruimte voor de ingang van de kerk. Honderden pelgrims verdringen zich om een plaatsje beneden terwijl duizenden zich wankel positioneren op de hoge muren omheen het godshuis. Nog vele duizenden meer volgen de openingsceremonie bij de ingang van de noordwestelijke groep kerken waar op een groot scherm de gefilmde dienst geprojecteerd wordt. Om je een weg te vinden doorheen het cluster van kerken en de massa devote gelovigen is de hulp van een ervaren gids onontbeerlijk. Abeba kende ik al enkele jaren en hij had zijn diensten reeds vele malen bewezen. Hij wist dat het quasi onmogelijk was om de ceremonie voor de kerk te kunnen bereiken maar gaf ons toch de hoop op de muren rond de kerk te geraken. We hadden hiervoor wel een ladder nodig. De veiligheidsmensen zouden reeds vroeg de poorten sluiten en dan was een hulpmiddel als een ladder de enige manier om op de gehouwen muren te klimmen. Na een paar pogingen tegen te hoge muren slaagden we erin half binnen te geraken om op een plaats waar de muur minder hoog is onze ladderstunt te wagen. Het lijkt erg illegaal en asociaal maar de veiligheidsmensen hielpen ons met de glimlach en vele pelgrims maakten dankbaar gebruik van ons hulpmiddel om een plaats met zicht op de priesters te bereiken.
Zalig Kerstmis
We bevonden ons nu hoog boven het religieus spektakel maar van de dienst degelijk te volgen was evenwel geen sprake. Af en toe konden we een glimp over de muur naar beneden werpen en zagen de priesters en diakens getooid in kleurrijke ceremoniële gewaden met behulp van houten gebedsstokken, zilveren cistra en gouden kruizen hun geloof belijden. Terwijl we meer met ons evenwicht en hoogtevrees bezig waren dan met de ceremonie vingen we preken en gezangen op gevoerd in de oude Ethiopische taal Ge’ez. Onze ladder bracht meer en meer bedevaarders op de muur en het werd er al gauw veel te druk. De pelgrims, gewend aan de ongemakkelijke posities op de muren, sprongen en klommen over elkaar heen om een plaatsje te bemachtigen, zich niets aantrekkend van de diepe afgrond centimeters verwijderd. Sommige onder hen rolden zich in hun gewaden en gingen in trancemode waarin ze de ganse nacht en een deel van de volgende ochtend zouden blijven. Mijn gasten en ik besloten dat het voor ons een te drukke en daardoor gevaarlijke bedoening werd en we daalden af via onze ladder op zoek naar wat kalmere kerstsfeer. Nadat we bij de poort van het kerkencomplex nog wat probeerden op te vangen via het videoscherm hielden we het voor bekeken en doken een lokaal kroegje in om elkaar en de stamgasten een zalig Kerstmis te wensen onder het genot van een glas honingmede. Na een borrel of twee droop ik af en keerde tentwaarts. De kerkgezangen, begeleid door gebedstrommels, gingen de hele nacht door.
Handengeklap en trompetgeschal
Om zes uur ’s ochtends deden we een tweede poging iets van de ceremonies mee te maken. Abeba stelde ons gerust door te melden dat de dienst nu bovenop de muren rond Bet Maryam zou plaatsvinden en dat we deze konden volgen van op rotsplateaus omheen het cluster. Onderweg kwamen we honderden bedevaarders tegen die de terugtocht al hadden aangevat. Ze behoorden tot een orthodoxe sekte uit de streek rond Gondar die niet in de rituelen van de ochtenddienst gelooft. Ze waren er ooit erg door beledigd vernam ik doch meer duidelijkheid bleef uit. Bij de rotskerken aangekomen baanden we ons een weg langsheen slapende hoopjes mensen en vonden inderdaad een plaatsje met een uitstekend zicht op de rand boven de Mariakerk.
De ceremonieleider gekleed in een knaloranje priestergewaad met megafoon aan de mond schept orde op de rand om plaats te maken voor priesters en diakens. Tricolore wimpels en vanen worden gehesen. Een lied ter ere van de heilige moeder wordt ingezet. Eilanden van witte gewaden die op de rotsen plakken als korstmossen komen in beweging. Op de rand verschijnen gebedstrommels, meer diakens, grote gouden ceremoniekruizen, gebedsstokken en kleurige ceremonieparaplu’s. De oranje ceremoniemeester blijft de boel regisseren. Een kleurrijke rij krijgt vorm op de rand boven Bet Maryam. Witte gewaden, zwarte capes, tulbanden, driekleurige sjaals, rode en blauwe paraplu’s en gele nonnen steken scherp af tegen de ondertussen blauwe lucht boven Lalibela. De dienst begint. Priesters en diakens dansen en chanten terwijl ze hun gebedsstokken traag omhoog en omlaag bewegen. Dit symboliseert Jezus die van de aarde naar de hemel ging. Hun zilveren cistra die veel weg hebben van een koninklijke rammelaar schudden ze beheerst van achter naar voor. Hiermee beelden ze Christus’ tocht van Galilea naar Jeruzalem uit. Telkens als de dienstleiders tijdens hun religieuze zang en dans een eerbiedwaardige buiging naar de kerk maken barst het publiek los in ritmisch handengeklap en hoog vrouwengegil. Er klinkt trompetgeschal. Lenige jongens op blote voeten halen gevaarlijke trucks uit om dichterbij te komen. In gekleurde doeken en doorzichtige gordijnen gewikkelde afbeeldingen van Jezus en zijn moeder worden de rand opgedragen. De optocht is kitscherig versierd met een overdaad aan plastic bloementuiltjes. De dorpsjeugd kruipt in de bomen omheen het complex. Tussen de massa pelgrims ontwaar ik Tygrayers, Amharen, emigranten en toeristen. Aan de ene kant van de rand boven de kerk krijgt een opstelling van de goddelijke afbeeldingen vorm, aan de ander kant gaan de diakens en priesters door met hun gezang. “Thief, catch the thief”, hoor ik onder mij roepen. Een belhamel is er met de donaties uit een omgedraaide ceremonieparaplu van door. De veiligheidsmensen vatten hem snel bij de lurven en dragen hem hardhandig weg. Er wordt voorgezongen door een megafoon. Het chanten, gillen, handengeklap, trompetgeschal en monotoon drummen stijgt versneld. Wat het allemaal juist betekent is onduidelijk maar zeker is dat de stichter van het christendom en zijn onbevlekte moeder vandaag uitbundig gevierd worden.
Terug in 2000
Het is ondertussen 29/4/1999 volgens de Ethiopische kalender. Het feest bij Bet Maryam gaat onverminderd door maar mijn tijd in Ethiopië zit er bijna op. Althans voor deze eeuw. Ik organiseer een laatste ontbijt voor mijn groep en hoor dat ze genoten hebben. Het kader van de wonderbaarlijke uit de rotsen gehouwen kerken van Lalibela was ook voor hen het mooiste om dit feest mee te maken. De ontelbare, zeer devote pelgrims, chantende priesters, ogenprikkelend wierrook, monotone klanken van gebedstrommels en cistra, getekende gezichten en nachtlange gezangen deed ons een dag of twee in bijbelse tijden wanen. Hier zat de kerk – in tegenstelling tot in West Europa – overvol. Een losse sfeer, van plezier kraaiende kinderen en de overal aanwezige blije gezichten en behulpzame bedevaarders maakte dat ik – in tegenstelling tot in West Europa – hier uren kon genieten van de mensen en hun kerstfeest. Ik kom zeker weer in het jaar 2000.

