Het Sint Maria festival in Aksum

December 1, 2006 – 5:33 pm

De middag na het feest ter ere van Moeder Maria zit het kantoor van Ethiopian Airlines in het Tigrayse plaatsje Aksum, bekend om zijn staande en gevallen steles, afgeladen vol. Uitgeweken Tigrayers wachten geduldig hun beurt af om een ticket naar Addis Abeba te bemachtigen. Ze zijn vanuit hun nieuwe thuislanden in Europa of Amerika naar de oude hoofdstad van het Aksumitische rijk gekomen om hulde te brengen aan de heilige maagd die hier elk jaar op 30 november uitgebreid gevierd wordt. De sneeuwwitte gewaden van de mannen en de met goud versierde, strak gevlochten kapsels van de vrouwen staan in schril contrast met die van hun minder gegoede broeders en zusters uit het Tigrayse hinterland. Deze laatste hebben in tegenstelling tot hun geëmigreerde landgenoten de bedevaart te voet afgelegd. De meeste zijn dagen onderweg geweest waardoor hun pelgrimsgewaden grauw zien van het stof en de gevlochten haarstijlen weer naar hun oorspronkelijke kroesstatus zijn geëvolueerd.

De heilige maagd

Omdat er buiten een paar in steen gekerfde teksten over koning Ezanas wapenfeiten geen geschreven documenten gevonden zijn bestaan er veel speculaties en weinig zekerheden over het opstaan en de val van het Aksumitische rijk. De grens tussen feiten en legende is vaak zeer smal als het over de geschiedenis van Aksum gaat. Dat het christendom zijn intrede deed in de derde of vierde eeuw van onze jaartelling is hoogst waarschijnlijk maar waarom de heilige maagd zo belangrijk wordt geacht in deze toch vooral oudtestamentische vorm van christelijke religie dat ze nu al aan haar vierde kloosterkerk toe is blijft onduidelijk. Er wordt wel eens gewag gemaakt van een verschijning zoals we die kennen uit Fatima en Lourdes en er bestaat ook een theorie over een periode in het leven van Maria dat zich in Aksum afspeelt. Wat de redenen ook mogen zijn voor de aanbidding van de maagd Maria die in Aksum bijna Latijns-Amerikaanse proporties aanneemt, de pelgrims komen elk jaar in grote getale om hun devotie aan de moeder van Jezus te tonen.

Veel volk op de markt

Driekleurige sjalen, versgebakken injera, mini gebedenboekjes, iconen van heiligen, olijfhouten kruisjes, cassettebandjes met preken, witte omslagdoeken, Sony handicam tasjes, stenen gebedskralen, sokken, schroevendraaiers, inlegzolen, posters van madonna met kind, zaklampen, blikken bestek, ceremonie paraplus, wiskunde boeken en goedkope horloges. Het wordt allemaal te koop aangeboden op de ontelbare kraampjes die de straten van het oude Aksum omzomen. De gevangenen van het Axum Prison Centre zijn met naald en draad aan de slag gegaan en verkopen voor hun cellenblok ceremoniële doeken en gewaden ver onder de gangbare prijs. Devote vrouwen die hun vrije tijd aan de kerk offeren voorzien de honderden bedelaars van door de boerenbevolking gedoneerd graan, maïs en linzen. Rijke Tigrayse meisjes met buitenlandse accenten paraderen met te grote zonnebrillen, digitale camera’s en derde generatie gsm’s tussen de in geel en groen geklede lokale jongeren van de bijbelklas. Iedereen volgt langzaam de massa naar een prominente vijgenboom op een plein nabij de hoofdkerk.

Onder de vijgenboom

Daar hebben in paarsgele priestergewaden gehulde diakens met gouden kruizen, zilveren cistra en rode ceremonie paraplus zich in een grote cirkel rond de lommerrijke boom geschaard. Ze leunen op een houten gebedsstok vermoeid van de nachtlange openingsceremonie. De bisschop van Aksum gekleed in een zwart gewaad omzoomd met goudkleurige kant neemt op het podium onder de boom de microfoon ter hand. Nadat het onvermijdelijke gefluit van de versterker gestopt is begint de monseigneur een ellenlange lijst van vrijgevige donateurs op te sommen. Als de gift die aan het nieuwe museum van Aksum wordt geschonken hoger is dan een bepaald bedrag mag de trotse weldoener het podium betreden en wordt hij op een stevig applaus en hoog vrouwengegil getrakteerd. Een van eenzaamheid gek geworden kluizenaarsmonnik krijgt ongeregisseerd de microfoon vast en begint een onverstaanbare tirade. Veiligheidsmensen met kalashnikovs treden hardhandig op. Alles wordt gefilmd door priesters/cameralui. Na het opnoemen van de rijke en minder rijke schenkers krijgen de leiders van de negen bisdommen de kans om hun woordje te doen. De eerwaarde gastheer van Aksum besluit met een samenvatting van hetgeen zijn collega’s bedoelden.

Abba Paulus

Abba Paulus, de patriarch van de Ethiopisch orthodoxe kerk getooid in een groen en rood gewaad met bladgouden bovenkleed en op het hoofd een gouden kroon gelardeerd met icoontjes zat de hele tijd zwijgzaam te luisteren van op zijn troon onder de ficus. Als de speeches van zijn secondanten afgelopen zijn staat hij recht met behulp van een witgouden staf. Hij begint zijn betoog met een dankwoord aan de afgevaardigden van de burgerlijke macht van Ethiopië. Dat zijn respectievelijk de gouverneur van de deelstaat Tigray en de vader van president Meles Zenawi. Traag en hees vervolgt hij zijn spreekbeurt met een uitgebreid dankwoord aan de heilige moeder die het festival patroneert. Na een tijdje komt hij op dreef en verheft af en toe zijn stem. Hij heeft het over de eenheid van het Ethiopische volk, verwerpt discriminatie vanwege huidskleur, verdedigt de huidige regering omdat ze zogenaamd dialoog verkiest boven oorlog. Kerk en staat, geloof en politiek gaan blijkbaar hand in hand. Mijn tolk kan niet volgen met vertalen maar beweert dat de kerkleider -1 december in gedachten- het ook onder meer over de gevaren van HIV en aids heeft. Paulus eindigt met het verheerlijken van de heilige Yarid die de notenbalk, gebedstrommels en andere muziekinstrumenten heeft uitgevonden en aan de kerk geschonken om chanten en dansen mogelijk te maken.

De processie

Daaropvolgend breekt muziek en gezang los en bewegen priesters, diakens, bijbelstudenten, monniken, bisschoppen, gelovigen en de kerkleider begeleid door veiligheidsagenten zich processiegewijs naar de kerk van de heilige Maria van Zion. Honderden mensen proppen zich in de kerk om de dienst van dichtbij te volgen. Vele anderen betuigen hun geloof en devotie buiten in het park omheen het gebedshuis. Een vettige, gepolijste band tekent de betegelde kerk langs de buitenkant op hoofdhoogte doordat duizenden gelovigen het huis van Maria langdurig willen kussen. Ik doe wijselijk geen poging om me de overvolle kerk in te wurmen. Als ik de kerk enkele uren na de dienst binnenloop doet de langzaam optrekkende lucht van honderden mensen en duizenden voeten me nog steeds de adem inhouden. In plaats daarvan loop ik door de tuin en observeer de gelovigen in trance. Bij de ingang deel ik mijn speciaal voor de gelegenheid gewisseld kleingeld uit aan de door oorlog verminkte en door ziektes mismaakte bedelaars. “Zou het me verzekeren van een plaats in het paradijs?”, vraag ik me twijfelend af, “of eerder op een vlucht naar Lalibela?” In het paradijs moeten we eerst nog zien maar op het vliegtuig kan ik te weten komen. Ik voeg me bij de wachtenden in het kantoor van Ethiopian Airlines in Aksum waar de rij pelgrims langzaam langer wordt.

Een reactie plaatsen

Je email-adres wordt niet gepubliceerd of doorgegeven aan derden.
Verplichte velden zijn aangeduid met *

*
*