De oneffen binnenplaats annex parking van het Edget Hotel in Konso(*) straalt een sfeer uit van het soort clandestiniteit dat je wel eens terugvindt in stoffige grensplaatsjes tussen twee bananenrepublieken. Zwarte rook spugende Isuzu bussen en reeds lang afgeschreven Fiat vrachtwagens draaien er luid toeterend binnen om voor de nacht te parkeren. Hun Amhaarse bestuurders spoelen op het cirkelvormige terras in de schaduw van een lommerrijke ficus het stof weg met een bitter Meta biertje alvorens bij de volslanke tante van de receptie een kamer voor de nacht te bedelen. Mits een beetje overtuigingskracht slapen ze deze nacht in de armen van een tribaal getatoeëerde jonge dame die vanuit de beneden Omo vallei omhoog geklommen is om haar geluk vertaalt in lokale valuta te zoeken.
De betonnen cellen rondom het zanderige binnenplein van de afspanning verbergen een houten brits, dito tafeltje en stoel. Achter een verroeste metalen deur bevindt zich een minuscuul badkamertje met druipende douchepijp en lekkende wastafel.
Bacchanalen
Ook mijn groep en ikzelf liggen verspreid in deze aaneenschakeling van groezelige kamertjes. De afwezigheid van beter verplicht ons al jaren gebruik te maken van dit instituut in Konso, het hoofdstadje van de gelijknamige subregio in zuid Ethiopië. Om muiterij te voorkomen bereid ik de groep meestal ietwat overdreven voor op een bordeelhotel dat alle verbeelding tart. Vaak valt het dan helemaal mee en amuseren mijn gasten zich ’s avonds onder het genot van een Gouder wijntje met de couleur locale. De meisjes van plezier gekleed in pastel roze of groene, strak passende katoenen broeken en hemdjes paraderen tussen de tafels met halfdronken truckchauffeurs, luidruchtige toeristen en bedeesde Konso mensen uit de omgeving die na de wekelijkse marktdag zijn blijven hangen. Uit de luidsprekers klinkt populaire Amhaarse pop die menig habesha met de schouders doet schudden. Een hardwerkende kelner in gestreepte obervest die mij graag zijn beste vriend noemt flitst heen en weer met gevulde schenkbladen en handgeschreven rekeningen. Nadat de bacchanalen vereffend zijn en de meisjes tevree keert iedereen naar de kamers en krijgt rust een kans na het zwijgen van de generator.
Venetiaans glas
De nachtelijke stilte wordt echter reeds vroeg verstoord door het starten van de hoestende dieselmotoren van de eerder vermelde vrachtwagens en bussen. Ze vertrekken voor dag en dauw om hun ladingen katoen of reizigers uit de valleien naar verder gelegen plaatsen als Arba Minch of Jinka te voeren. Als de kreunende mechanische monsters verdwenen zijn keert de rust tijdelijk weer en breekt een haast magisch moment aan. De zon komt op begeleid door een tsjirp- en fluitconcert van wevervogels en honingzuigers. Onder een pergola van bougainville slurp ik van mijn eerste kopje sterke Ethiopische koffie terwijl ik nog even ongestoord in een boek blader of door mijn verrekijker de vogels observeer. Niet veel later verschijnen mijn gasten voor het ontbijt. Brutale dorpsjongens glippen langs het hek van de binnenplaats om mijn gasten rode kralenkettingen uit Venetië aan te bieden. Deze glazen kralen werden aan het eind van de 19de eeuw door Italiaanse paters naar dit gebied gebracht om zieltjes te winnen. Het duurt niet lang voor een nors geboren bullebak met een stok de jonge verkopertjes van de binnenkoer jaagt. Behalve voor deze deugnieten kan het leven toch simpel mooi zijn op het erf van een zuid Ethiopisch bordeelhotel.
(*) De juiste naam van het kruispuntdorpje is Karat maar zoals wel vaker is het beter bekend onder de naam van het volk van de regio.
